Vrijdag 12 februari 2010

 

 

FOUTE NABESCHOUWING

 

Als je een belangrijk deel van de geschiedenis opzettelijk delete terwijl het je taak is daarover smetteloos te informeren, kun je dan spreken van geschiedvervalsing? Ik vermoed van wel, ook al omdat het gisteravond Andere Tijden overkwam en er geen alternatief was te vinden in omroepland om correct te worden herinnerd aan de rol van het Nederlandse actiewezen in de ontmanteling van de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika.

 

De geschiedenisrubriek Andere Tijden had het op zich genomen de rol van Nederlands verzet tegen de Apartheid te schilderen omdat die mede geleid zou hebben tot de vrijlating van Mandela precies 20 jaar geleden. Maar wat wij gisteravond zagen was een uiterst beperkt en daardoor misleidend fragment daarvan.

 

“Wij kijken terug met Nederlanders die een essentiële rol speelden in de periode van aanloop tot die vrijlating”, zo luidde de boodschap van presentator Hans Goedkoop ter inleiding. Maar wat wij te zien kregen was een uiterst kleine en daarom subjectief vervalste indruk van het verleden.

 

Niets ten nadele van Connie Braam, als de personificatie van de Anti-apartheidsbeweging in Nederland in de jaren tachtig, maar om haar nu te portretteren als de vrouw die zo ongeveer persoonlijk Nelson Mandela van het Robbeneiland naar het strand van Kaapstad heeft geroeid is wel een erg ingekrompen relaas van wat werd genoemd: “het ondergrondse verzet”.

 

Die aanduiding was op zich al een misplaatste verwijzing naar de betekenis van het begrip verzet uit de Tweede Wereldoorlog want Connie Braam bewoog zich in die dagen levendig bovengronds terwijl het toch een feit van algemene bekendheid was dat zij actie voerde tegen de Zuid-Afrikaanse apartheids-politiek.

 

Verder werd er gewag gemaakt van personen die dankzij een bezoek aan de visagiste weer terugkonden naar Zuid-Afrika, van heldhaftige “stewardessen”, sprak Goedkoop in het meervoud, maar het bleek er even later maar één te zijn die een floppy voor het ANC had durven meenemen naar het zuiden te weten Antoinette Vogelesang; van technici met spectaculaire vondsten, ook hier werd de meervoudsvorm gehanteerd, maar het ging om één man en één apparaatje dat de meeste freaks in de jaren tachtig allang op zak hadden.

 

Wij willen op deze plaats niets afdoen aan het belangrijke werk met veel persoonlijke opofferingen die in dienst van een apartheidsvrij Zuid-Afrika werden getroost in die dagen.

Doch veelzeggender was al hetgeen er niet werd herinnerd en dus niet in beeld kwam, zoals het tientallen jaren bedrijvige actiewezen dat er in ons land aan vooraf was gegaan door mensen zoals Sytze Bosgra, die in het programma van gisteravond zelfs onbesproken bleven. Eigenlijk schandelijk.

Want daar en door hen werd de voedingsbodem voor de latere successen gecreëerd.

 

Al in 1970 kenden we de Werkgroep Kairos die werd gevormd door vrienden van het Christelijk Instituut voor Zuidelijk Afrika (van ds. Beyers Naudé). Jarenlang was men in Nederland al actief bij de bestrijding van racisme en apartheid,

 

Of wat te denken van de Boycot Outspan Aktie (BOA) die dateert uit 1972. Men legde zich als verzetsvorm toe op een boycot in Nederland van Outspancitrusvruchten. Later richtte de  beweging zich zelfs meer in het algemeen tegen de apartheid in Zuid-Afrika.

 

En in 1971 werd ook de Anti Apartheids Beweging Nederland (AABN) opgericht.

 

Maar eigenlijk stamt al dat verzet al uit 1961 met de oprichting van het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA), toen nog onder de naam Angola Comité en het doel was toen: actie voeren tegen de westerse steun aan Portugal en het organiseren van hulp aan de bevrijdingsbewegingen in de Portugese koloniën Angola, Mozambique en Guinee-Bissao.

 

Nadat deze koloniën in 1976 allen onafhankelijk waren geworden, verlegde het comité de aandacht naar andere landen in Zuidelijk Afrika (Zuid-Afrika, Namibië en Zimbabwe).

Tegelijkertijd werd de naam Angola Comité veranderd in Komitee Zuidelijk Afrika.

 

Voorman Sytze Bosgra formuleerde het doel toen als volgt: “Steun aan de bevrijdingsstrijd in Zuidelijk Afrika via materiële steun aan de bevrijdingsbewegingen en campagnes tot isolering van het regime.”

 

Wij mochten er gisteravond niets van vernemen. Ook niet dat door de tegenkrachten Bosgra’s huis in ons land in brand werd gestoken, en hoe navrant…hij door de mensen waarvoor hij was opgekomen in 1993 nog vlakbij het hoofdkantoor van het ANC in het zwaar criminele Johannesburg door zwarten werd neergestoken.

 

Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat Andere Tijden gisteravond geheel is voorbijgegaan aan de levenslange persoonlijke inzet van dit soort mensen, met niet alleen daar maar ook in Nederland de grootst mogelijke tegenwerking, en slechts bleef stilstaan bij activiteiten tijdens de laatste seconden van het apartheidsregime dat in theorie toen al ter ziele was.

 

De vrijlating van Mandela was de bekroning van de strijd van duizenden anderen meer. En dat gedurende zeer lange tijd. Het is bepaald hoogmoedig jezelf, of door anderen zoals Andere Tijden, daar achteraf op een prominentere positie te laten plaatsen.

 

Mevrouw Braam in persoon had zich gisteravond op de televisie wel iets bescheidener mogen opstellen. Wij hoorden ter vergoelijking slechts de, niet eens door haar zelf uitgesproken, slotzin van Hans Goedkoop dat er nog veel meer mensen zich hadden ingezet voor de strijd tegen de Apartheid.

En dat was even heel ernstig te weinig voor een geschiedenispropgramma.

 

Het doet grenzeloos veel tekort aan de betekenis van mannen als Sytze Bosgra.

Want dat hebben al diegenen met deze vervalste nabeschouwing op de Nederlandse televisie niet verdiend.

 

 

Tv-recensent

 

 


 

                                                                                                                                                                                     

Donderdag 11 februari 2010

 

 

ZE HADDEN ‘M TOCH MAAR

 

 

Wat een leuk en formidabel journalistiek succes om Jasper Schuringa ruim drie kwartier in je uitzending te hebben. En na dit te hebben klaargespeeld behoort De Wereld Draait Door daarvoor alle credits en felicitaties te krijgen. Daar horen eigenlijk geen mitsen en maren bij. Niet zeiken, gewoon applaudisseren. Andere tv-rubrieken zullen met kromme tenen van jaloezie zich voor de concurrerende buis hebben genesteld.

 

Maar wanneer dat verstomd is, toch hierbij enige ruimte voor wat opvallende zaken.

Immers, soms zijn dit soort successen niet het gevolg van een grote journalistieke inspanning, dus prestatie, maar van een gelukkige toevallige samenloop van omstandigheden.

Maar misschien ook niet.

 

Daarom was op dit punt enige toelichting wenselijk geweest. Zeker omdat het “tekortschieten” van anderen zo uitvoerig in beeld werd gebracht.

Dan hoort daar tegenover te staan welke technieken men zelf uit de kast had gehaald om Jasper Schuringa bereid te vinden zijn heldendom exclusief aan De Wereld Draait Door toe te vertrouwen.

 

En ook om het gemis van deze scoop door anderen reliëf te geven had DWDD daarop kunnen ingaan; jammer, met liet het na. Want het bevreemdde dat men uitvoerig liet zien hoeveel stations op aarde het evenzeer hadden geprobeerd, doch in hun geval vruchteloos, om Jasper naar de studio te verleiden, en de eigen methode verzweeg.

 

    

      

 

Aan de andere kant was de stoere aandacht hiervoor even onthullend als interessant. Want het bleek erg verhelderend om bij deze gelegenheid over de aanpak van de huidige generatie journalisten te worden geïnformeerd. De luiwammesen van redactionele producenten denken tegenwoordig dat een simpel telefoontje genoeg is.

“Kun JIJ even terugbellen, als je er weer bent, want ik ben van….”, met vooral veel accent op JIJ.

Je moet als betrokkene dan wel een erg groot belang hebben bij het verschijnen aldaar om vervolgens nog van je te laten horen.

 

In het inviteren van gasten ligt tegenwoordig veel arrogantie besloten waardoor de potentiële kandidaten al bij voorbaat afhaken. En zeker als je als Jasper Schuringa zijnde de heldenstatus al hebt bereikt.

Dus, als je er als De Wereld Draait Door jezelf zo op laat voorstaan iets enorms te hebben gepresteerd door het falen van anderen uitvoerig in beeld te brengen had het niet misstaan de eigen journalistieke methode toe te lichten. Want er reizen wat vragen hieromtrent.

 

Is er voor het interview betaald bijvoorbeeld? Heel merkwaardig bleef dat achterwege terwijl er in de pers de afgelopen weken allerlei beschuldigingen hadden gecirculeerd dat Schuringa een veeleiser zou zijn; een soort zakkenvuller die in de VS enorme sommen had geëist voor zijn tv-optreden. Nare roddels, zeker als het roddels zijn. Nog daargelaten dat er helemaal niets op tegen is je te laten betalen, en fors, voor tv-optredens die met jouw aanwezigheid goede sier maken.

De presentatoren profiteren er zelf financieel van in het kwadraat.

 

Maar daarover geen woord ter opheldering gisteravond, dus al helemaal niet over de eigen overeenkomst met de held anders dan dat hij de tafelheer zelf had mogen kiezen.

Dat werd trouwens Marc-Marie Huijbregts, die vervolgens weer eens liet zien hoe je ook in een bijrol kunt glanzen.

 

Deze omissie was dus jammer, en naar de kijker toe ook niet helemaal netjes.

 

Hoe het ook zij, Jasper Schuringa maakte een integere indruk en zijn verslag was buitengemeen boeiend. Daar waar de president van de Verenigde Staten bemanning en passagiers nog in zijn algemeenheid had gelauwerd, was het daar aan boord toch echt een solo-optreden van de held Schuringa geweest, zo bleek.

 

Matthijs van Nieuwkerk betrok de studio, zoals de medepassagiers van de vlucht van Delta Airlines op 1e Kerstdag, goed in het verhaal.

 

Nog een kwestie bleef eigenlijk onbesproken.

Wij weten nu weliswaar hoe in een impuls Schuringa van zijn schuin achterliggende stoel naar seat 19a is gesprongen om op die plaats uit de onderbroek van de terrorist het vuur weg te graaien, en dat was zeer heldhaftig, maar is een grote held ook niet een beetje dom?

Huijbregts zei netjes: “…het was een interessante impuls…”.

 

Kunnen alleen onnadenkende mensen held worden door zonder het verstand te raadplegen, dus zonder te weten wat er aan de hand is, zoals Jasper bevestigde, zich in een vliegtuig op een vuurbal te werpen in plaats van te schreeuwen om een brandblusser.

Het is een klassiek thema dat onderbelicht bleef; waarschijnlijk om niets af te willen doen aan het heldendom van de hoofdgast gisteravond en de dankbaarheid voor zijn ingrijpen waardoor vele mensenlevens werden gered.

 

 

Maar de held verrichtte zijn daad niet om mensenlevens te redden, maar om het vuur te doven want dat hoorde niet te branden op stoel 19a in de onderbroek van een jonge Nigeriaan.

En omdat De Wereld Draait Door drie kwartier tijd had uitgetrokken was er zeker kans geweest voor een iets uitputtender journalistieke diepgraverij op dit specifieke punt. Niet met de toevoeging van een batterij psychologen of andere zielknijpers, maar vanuit de nuttige behoefte om je eigen dapperheid in dat soort situaties te doorgronden of te meten.

 

Aan de andere kant, je moet er toch niet aan denken dat Jasper Schuringa in handen zou zijn gevallen van Albert Verlinde; en daarmee gaf de hoofdrolspeler een duidelijk visitekaartje af over zijn eigen intelligentie.

 

Dus ontbrak temeer een duidelijk antwoord op de vraag welke condities er tussen de VARA en Schuringa hebben gegolden voor een exclusief optreden in De Wereld Draait Door. Niet uit wantrouwen, maar omdat men ons het falen van anderen zo had ingepeperd, want het echte antwoord zou wel eens danig positief voor de gastheren van gisteravond kunnen uitvallen.

 

Niettemin, een prima uitzending waar op bekwame manier werd voorkomen dat de sensatie van de voorkomen catastrofe op sensationele wijze werd behandeld.

De daad zelf was sensationeel, maar de vraag blijft: wat is nu het verschil tussen een held en een impulsieve stoere bink.

 

Het gekke is: in beide gevallen uiten wij ons in diepe dankbaarheid.

 

 

 

Tv-recensent

 


 

                                                                                                                                                                                     

Woensdag 10 februari 2010

 

 

HOGESCHOOL-TELEVISIE

 

Een beetje tv-recensent zou elke dag wel willen schrijven over Man Bijt Hond, de roemruchte dagelijks NCRV-productie rond de klok van zeven op Ned. 2 over de echte karikaturen in onze samenleving.

 

Deze laatsten hebben met dit programma een respectvolle stem gekregen waarvan men niet genoeg kan krijgen. Gek genoeg zit dat niet eens in die persoonlijkheden zelf maar louter in de wijze waarop zij door de programmamakers kunstzinnig tot iets heel bijzonders worden geboetseerd. Nog bijzonderder dan bijzonder dus.

 

De gehele trukendoos van TV-maken gaat elke avond open, en dan niet in een sleur, maar per dag hoogst origineel en afwisselend terwijl men binnen dat concept diametraal onnavolgbaar consistent blijft in de aanpak.

Daarbij worden in deze ruim tienjarige rubriek alle professionele kunstgrepen en foefjes op het terrein van muziektoepassingen, grafische hulpmiddelen en spelletjes met de tijd toegepast. En er lijkt over elke seconde van iedere camerabeweging goed te zijn nagedacht om een identieke stijl en identiteit te bereiken en om breuken daarin te voorkomen.

 

Het is mateloos knap en vooral oorspronkelijk wat de makers ons elke avond met elkaar voorzetten en dat het programma al meermalen is onderscheiden, nog vaker bejubeld en een behoorlijk lange levensloop achter de rug en zeker nog te gaan heeft, is dan ook niet verwonderlijk.

En hoe men het klaarspeelt ook nog met al die aparte burgers op de actualiteit te reageren is al helemaal een mysteriespel of kunstvorm op zich.

 

Neem nou gisterenavond. Terwijl iedereen en alles al zijn gal, verdriet en positieve opwinding over het Nationale Songfestival had gespuid, en er werkelijk door alle roddel- en officiële rubrieken geen invalshoek meer viel te bedenken om daar in creativiteit nog bovenuit te stijgen, kwam Man Bijt Hond toch weer met een heerlijke originele reflectie die men alleen kan verzinnen als alle kompasnaalden in een redactie loepzuiver naar hetzelfde noorden wijzen.

 

 

 

Het programma toog met het omstreden winnende liedje op video naar “Oostblokambassades”, zoals men die noemde, en dat bleken dan die van Kroatië, Slovenië en Armenië te zijn. Daar werd de laptop geopend met alle beelden van de chaos van het afgelopen weekeinde en informeerde Man Bijt Hond bij de ambassadeautoriteiten aldaar naar hun waardering voor de Nederlandse bijdrage.

Wat een vondst.

De oordelen van die ambassades logen er niet om; het is helemaal niks en sterk verouderd, zo reageerde men unaniem, zodat wij de uitslag van het Eurovisieprogramma van straks eigenlijk nu al kennen.

 

 

 

Maar Man Bijt Hond hield ook een echte puntentelling. En daarin gebeurde hetzelfde als welke zich altijd tijdens de echte festivals voltrekt. Veel kritiek maar het omgekeerde kwam eruit. In dit geval: Sieneke wint toch met de meeste punten. Want de Kroatische, Sloveense en Armeense smaak blijkt al even onbetrouwbaar te zijn als die van hier.

 

De Man Bijt Hond-verslaggevers blijven zelf buiten beeld; hooguit zie je een schoenpunt of uitgestoken arm als iemand dreigt om te vallen, en ook dat is weer een symbool van gedienstigheid aan de formule die het succes mede verklaart. Geen persoonlijke dominantie van de makers die het onderwerp zou kunnen vertroebelen.

 

Vervolgens een soort anonieme reportage dus van de witte handschoenen van de heer en vooral mevrouw Bruin-Wittebol, die al wat er in de wereld als kitsch aan glaswerk wordt gemaakt niet alleen in huis hebben, maar dat vooroordeel geloofwaardig wisten te demonteren tot een uitstalling van prachtige kunst.

Heerlijk positief en ook oprecht. Wij gaan nu thuis ook aan glaswerk doen.

 

Het terugkerende thema van wel heel opvallende karakters kan soms lang en amusant aanhouden, en deze dagen is dat de aandacht voor Mendy, die “een beperking heeft”, zoals ze zelf bij herhaling laat weten, en nu beschermd zelfstandig gaat wonen. De filmische vastlegging is al van een uitzonderlijke schoonheid, maar meer nog is het de integriteit van de lol die nergens over de schreef gaat waarom dit onderdeel zo amusant en boeiend blijft.

 

Je zou denken, na al die jaren dreigt er sleet te ontstaan in de formule. Het tegenovergestelde is het geval, en zo laat een serieuze beginnend vijftiger open en bloot zijn bed zien waarin hij voor de rest van zijn leven solo slaapt omdat hij volgens zijn vrouw te hard snurkt.

“Ze wil ook geen dopjes in haar oor”, zo luidde zijn beklag.

Maar ja, “…Je verliest daardoor een stukje intimiteit, maar je slaapt alle twee wel rustiger…”, vervolgde de huisman vol besef, en daarmee werd het onderwerp omgekeerd afgeconcludeerd want wie wil er nou een vrouw met dopjes in haar oor.

 

En als er onvoldoende van dit soort “materiaal” voor handen is vult Ons Kent Ons, met Coby en de Dooie, of de Kwissebis, het wekelijks multiculturele onzinkwisje, deze ruimte op absurd komische wijze, waarop de kijker dan met het verstrekken van goede of foute antwoorden niet alleen aan het programma wordt gebonden maar ook aan de daarachter liggende uistekende website.

 

Beroemd zijn intussen de verslagen van Man Bijt Hond aan tafel langs de route van Steenhoven tot Gaarkeuken, en vooral de opvattingen van voorbijtrekkende Nederlanders in de Babbelbox over malle stellingen. De passanten reageren recht in de camera met al hun absurde zieleroerselen, en de kijker vraagt zich voortdurend af: hoe komen ze aan die mensen, terwijl deze sujetten zich toch allemaal onder ons bevinden.

 

Doch het echt professionele geheim is natuurlijk, dat wat hier binnen enkele minuten zich aan wonderbaarlijks presenteert in werkelijkheid een zeer intensieve en langdurige productietijd vergt alvorens je tussen die vele tientallen personen die “niet leuk zijn” er dagelijks vier of vijf scoort die in de formule passen.

 

En wie daar dan in passen? Dat valt niet uit te leggen. Daarvoor moet je langdurige bij Man Bijt Hond werken om intuïtief te snappen waarop het meesterlijke concept is gebaseerd, tot en met de in dit rubrieksonderdeel weloverwogen net iets verkeerd gekozen camerahoek aan toe.

 

  

 

Over wat voor mensen het gaat geeft eigenlijk de fantastische openingsleader nog de beste informatie.

Briljant, allemaal edelstenen die perfect zijn geslepen tot hogeschool televisie.

 

Het is het beste wat de NCRV in huis heeft.

 

 

Tv-recensent

 

 


 

                                                                                                                                                                                     

Dinsdag 9 februari 2010

 

 

DE STANDUPPER

 

Het ging goed gisteravond in Rotterdam met Hendrik-Willem Hofs van het NOS-journaal, zowel om 18.00 uur als om 20.00 uur. Hij had wel niet meer te vertellen dan ze in Hilversum al hadden gehoord, maar dat wisten wij kijkers weer niet, en het gaat om ons. Maar Hendrik-Willem liet zien hoe je het geluid behoort te besturen met een GSM. Goed gedaan, dus hij is hier voorbeeld.

 

Er bestaan voor de reporter tientallen manieren om vanaf locatie verslag te doen. De recht-toe-recht-aan-standupper is de eenvoudigste en de saaiste. Maar deze is soms onontkoombaar als er rondom de verslaggever niets gebeurt en er zelfs niemand valt te interviewen. 

 

Over het fenomeen standupper zijn boeken te schrijven. Ik beperk mij hier tot een deeltje. De standupper blijft wereldwijd een raar fenomeen want de journalist heeft veelal niet meer te verhalen dan in de studio al bekend is. Meestal brengt hij minder in, maar de betreffende nieuwsdienst wil dan met een eigen man of vrouw in beeld suggereren bovenop het nieuws te zitten, terwijl de man on the spot in werkelijkheid meestal achter de feiten aanloopt, en bombardeert dan de eigen verslaggever tot nieuws in plaats van het accent te leggen op hetgeen hij te verklaren heeft.

 

Het is niet anders, zo gaat dat nu eenmaal, terwijl vreemd maar veelzeggend genoeg er nog nooit een tv-rubriek in Nederland is geweest met de naam “Bovenop het Nieuws”. We kennen wel “Achter het Nieuws”, en er was in satirevorm zelfs “Achter het Net”  met de legendarische IJf Blokker die als Barend Servet scheef aankeek tegen dat malle “standuppergedoe”.

 

En terwijl die standupper-gewoonte bij nagenoeg alle tv-stations ter wereld is ingeburgerd gaat het qua geluid in de helft van de gevallen toch fout. Er is altijd gehannes met die andere helft van het televisie maken.

 

Door de geluidsvertragingen vanwege het satellietverkeer (de snelheid van het licht is verdomd langzaam) is het op elkaar wachten tijdens een  vraag- en antwoordspel met de studio pijnlijk storend en afleidend van de inhoud van de berichtgeving.

En elke natuurlijke interruptie of logische reflectie van de andere spreker is tijdens een dergelijke manier van communiceren onmogelijk omdat de een de ander overruled tijdens de onhandelbare factor tijd waarbinnen het geluid v.v. via de ruimte een weg moet afleggen.

En dan is het gesprek vaak niet meer te volgen zonder kijk- en luisterirritatie.

 

Maar veel erger is een combinatie hiervan met het gewone technisch falen. Het retoursignaal naar de reporter blijft afwezig, “de oortjes” werken niet of vallen van het hoofd, “de oortjes” geven een ander retoursignaal (bijvoorbeeld uit de regiekamer) dan de bedoeling is waardoor de reporter zijn eigen bijdrage niet meer onder controle heeft, enfin…het lijkt vaak of telkens opnieuw de televisie moet worden uitgevonden. Dit, terwijl alle oplossingen al voorhanden zijn.

 

 

 

Eén daarvan is de GSM. Veel verslaggevers hebben allang gemerkt dat dít het geheime wapen is om falende geluidsverbindingen te camoufleren, want het mobieltje werkt bijna altijd maar blijft meestal op zak vanwege de geluidskwaliteit die onder doet voor die van de microfoon met een, laten we het maar noemen “verbinding met studio-kwaliteit”.

 

Doch die kwaliteitsverbinding heeft, ook al vanwege de vele schakels tussen bron en ontvanger, nadelen. Daarom is het soms verstandiger gewoon voor de GSM te kiezen waarmee over de gehele wereld rechtstreeks contact kan worden gelegd met iedereen die telefoon heeft. Al was het maar om zonder onderbreking meteen na een door de verslaggever uitgesproken zin een perfect retoursignaal te ontvangen.

 

Dat nu deed Hendrik-Willem Hofs om 18.00 uur gisteravond foutloos.

 

Na elke zin bracht hij het mobieltje naar zijn oor, hoorde vervolgens meteen de studiovraag, en borg het instrument nadat de ander was  uitgesproken weer op richting jaszak  zodat hij zelf verslag kon doen…enzovoort….op een rustige niet afleidende wijze.

 

Het officiële retoursignaal werd door hem buitengesloten óf werd niet aangeboden, en zo was te zien dat dit niet tot enig probleem hoefde te leiden.

Het kan ook nog zijn, dat kunnen wij als kijker niet beoordelen, dat de reporter, in plaats van het alternatieve- via de telefoon, het officiële retoursignaal via zijn GSM heeft weten te leiden, maar dan was zijn oplossing voor het vertoonde nog slimmer.

 

In elk geval, toen om 20.00 uur de “normale” verbindingen kennelijk functioneerden kon de GSM van Hendrik-Willem op zak blijven.

 

 

 

Er is nog iets waarmee de verslaggever zich met het gebruik van de GSM kan bevoordelen. Met het op-en-af-doen van het mobieltje is het initiatief tot het spreken verlegd van de studio naar de locatie, en dat is een nog veel ingrijpender winstpunt voor de reporter op lokatie (en ons thuis).

 

Immers, als de tv-journalist de mobiele telefoon van zijn oor verwijdert ontgaat hem vervolgens ook de eventuele interruptie of nieuwe vraag van de studio, en dat is tevens voor ons kijkers zichtbaar. Onderbreken van de reporter heeft ook geen zin omdat wij kijkers immers dan zien dat de reporter de studio-opponent niet kan horen.

De verslaggever maakt dus uit (binnen het raamwerk van goede afspraken natuurlijk) wanneer en hoelang hij in beeld komt om zijn praatje te houden en overschakelt naar de studio. Vervelend voor de regie, maar eigenlijk behoort dit optisch zo te zijn.

 

Vandaar beste en hooggewaardeerde roving reporters in omroepland: zorg er altijd voor dat er ook via het mobieltje verbinding is met de studiovloer (en dat dit tevoren is uitgetest), zodat er nooit meer reportages de mist ingaan door geluidsklungels die waar dan ook onderweg met hun tengels aan de foute knoppen rommelen.

 

Maar de fundamentele vraag blijft natuurlijk, waarom is er überhaupt een live-verbinding nodig met een locatie waar niets gebeurt. Er werd daar gisteravond in Rotterdam ook niemand geïnterviewd.

 

Wij zagen rondom verslaggever Hofs slechts dat om 18.00 uur op het Rotterdamse politiebureau op de eerste verdieping het licht nog brandde, en om 20.00 uur niet meer. Meer viel er visueel in die reportages niet te beleven.

 

 

18.00 uur GSM op – Licht aan                                         20.00 uur GSM af – Licht uit

 

Niet alleen had korpschef Aad Meijboom op onzichtbare wijze, achter de rug van Hendrik-Willem Hofs om, kennelijk de pijp aan Maarten gegeven, maar waarschijnlijk iedereen daar op dat bureau.

Hofs liet, zonder het zelf op te merken, zien dat het bureau voor de politieregio Rotterdam-Rijnmond tussen 18.00 en 20.00 uur was leeggestroomd en de lichten er waren gedoofd.

 

Dus het echt grote nieuws zagen wij wel, maar hoorden we niet van de man die zo goed met het geluid omging.

Opnieuw was de Rotterdamse politie onderbemand op de plaats waar het ’t minst logisch was; het scheen zo, maar schijnen op de televisie is blijken.

Want de televisie was erbij zonder dat men het zelf door had.

 

Er is op de tv namelijk veel te zien als er niets gebeurt.

 

Eigenlijk moet de conclusie luiden: zelfs met zinloze standuppers wordt televisie gemaakt.

 

 

 

Tv-recensent

 

 


 

                                                                                                                                                                                     

Maandag 8 februari 2010

 

 

SHALALIE SHALALA, EN DREES IS EEN WIELRENNER

 

Van harte Felatio

 

Shalala Shalalie.

Wespen maken honing en Mozart is een schilder.

 

En zo verliep een zondagavond op de Nederlandse televisie. Lekker Slim, heet het kwisje dat dankzij RTL 5 tegenover Studio Sport in herhaling werd uitgezonden; het domste van het slimste ooit gezien, maar daarom zeldzaam vrolijk en dat is ook de bedoeling.

 

Bridget, blonder dan blond, bood het aan en het gespartel van haar veelal gelijkgekleurde dames c.q. quizkandidates liep naadloos over in het nog veel treuriger Shalala Shalalalie dat onze natie kleur zal geven op het Eurovisie Songfestival.

Rob de Nijs is een homo en daarom geen president van Australië en Eva Braun moet een engelse zangeres zijn, dachten de kwisblondjes die veelal brunettes waren, om het nog verwarrender te maken.

 

Van Agt, Den Uyl en Drees daarentegen zijn Shalala Shalalalie wielrenners, en de 17 jarige Sieneke uitte zich even later niet minder knap in scheefheid en overtuigingswil. Maar wat wil je ook met zoveel wanorde. Was de man met die baard eerder op de avond nog een kwisvraag, later verscheen hij in het echt als auteur van Shalala Shalalalie, dus de hemel zij geprezen nog maller.

 

Wie moest er winnen. Ook de Shalala Shalalalie-jury van het festival kwam er niet uit, het publiek wel maar dat telt niet mee, en de liedjesschrijver verstopte zich in zijn baard en weigerde eerst nog aan te geven wie het slechtste van het stel was. Want die titel viel aan alle deelnemers te vergeven.

 

Even daarvoor waren dus bij Lekker Slim, want zo heette dat andere geval, jonge mannen aangetreden die niet veel wijzer waren dan de leeghoofdige vrouwelijke typetjes die intussen hadden geraden dat Shalala Shalalalie Majoor Boszhardt geen bevelhebber was van het Nederlandse leger”omdat kolonel hoger is”. En bovendien moet dat Carlo wezen. Shalalie Shalalala.

 

   

 

Publieke omroep en commercie hadden elkaar op een gelijk niveau gevonden. De Tros en RTL5, want wat was in Shalala Shalalalie nu helemaal het verschil met een eerdere aflevering van het slimgedoe toen de dames met zekerheid wisten dat Stalin en Lenin benamingen waren voor de meubeltjes van Ikea…niet hier ter plekke verzonnen, maar echt gebeurd.

 

Toch was dat nog intelligenter bedacht dan wat Cabau van Kasbergen aan Sha-la-lies in de aanbieding had aan droefheid en muzikale afschuw. “Ik ben verliefd” luidde de hoogst originele titel van Sha-la-lie en de man met de baard die er niet uit kwam toen het erop aankwam had het allemaal verzonnen. En omdat hij al tientallen jaren van dit level de ether in had gejaagd wisten de meisjes even eerder met zekerheid dat Felatio betekent: “van harte gefeliciteerd”, althans je moet dat roepen als je een jarige Italiaan tegenkomt.

 

Naadloos smolten de smurfen samen in het monster dat zij hadden gebaard.

Hoe kon het op één en dezelfde avond zo schitterend samenvloeien.

 

 

 

Geen verbazing dus meer dat volgens de slimme types Den Haag in Oost Berlijn ligt als het op de kaart mag worden aangewezen. En daarom gaan wij met Shalala Shalalalie Europa in. Logisch toch? De ruim duizend studiogasten gaven weliswaar de voorkeur aan ene Vinzzent, maar sinds wanneer telt de mening van het publiek. Vandaar dus dat Shalala Shalalalie.

 

Sieneke mag naar Oslo. Want Sieneke is ook van Marianne Weber en wie dat snapt mag het in de quiz van mevrouw Maasland op RTL 7 gaan uitleggen.

 

Daar hadden Charissa en Natasja intussen geconcludeerd dat: To be or not to be (“het klinkt wel een beetje Engels”, zei Charissa nog) niet van Shakespeare kon wezen. Dus de vraag die wél goed werd beantwoord had betrekking op de man met die baard en die hoge hoed zelf, terwijl wij wilden denken dat dit de “bedenker van superman” was of “Professor Barabas in Suske en Wiske”, maar dat was fout. Hij bleek de zanger van het smurfenlied zelf te zijn. Logisch dat de blondjes daar wél raad mee wisten.

 

En vandaar dat wij er Shalala Shalalalie, Shalala Shalalalie namens onze natie mee Europa ingaan.

 

Het deed er dus niet meer toe dat In de quiz van de slimheid het vervolgens onbekend bleef wat het begrip “euthanasie” betekent, maar gelukkig was het geen medische behandeling tegen voetschimmel, zo wisten de dames en heren nog.

 

Maar als je de lengte van de evenaar schat op 350.000 kilometer, mag je best vinden dat enkele jaren terug Eva Braun het songfestival heeft gewonnen met “…Ein bisschen Frieden…”.

 

Want het ging Shalala Shalalalie, voor degenen die het nog niet hebben begrepen, de hele avond wel Shalala Shalalalie over het songfestival waarvan de meiden van Bridget met zekerheid wisten dat Amerika daar vaak als tweede is geëindigd.

 

Shalala Shalalalie, een kompas is een passer en Sieneke heeft geen plasser… Shalala Shalalalie, Shalala.

 

En nu is het alweer maandag.

 

 

Tv-recensent