Maandag 9 februari 2009

 

 

TRAVESTIETEN-SCHAAMTE

 

Het tv-gevalletje duurt maar een minuut of drie á vier, en dat is vijf minuten te lang. De travestiet Margreet Dolman wordt alweer een jaar of veertig in rokken gestoken door Paul Haenen. Echte travestieten schamen zich dood voor dit gedoe, maar niet de VPRO, en nu de NPS, die Haenen al even zolang koestert omdat…ja waarom eigenlijk.

 

Haenen heeft nu op zondag (Ned. 2 - 17.35-17.40 uur) een rubriekje gekregen van de NPS waarin hij op tien achtereenvolgende zondagen in de wereld van kunst en cultuur niet alleen aan z.g. klassieke kunstuitingen mag doen, zoals dat heet, maar ook zijn seksuele ongeaardheid mag bestendigen zoals hij dat vijf generaties geleden ook al deed bij bijvoorbeeld Sonja Barend aan tafel.

 

Alles is veranderd in de wereld, of met de tijd meegegaan, maar zo niet Haenen. Het is welhaast verfoeilijk om te zien hoe iemand in een televisie-creatie die sommigen decennia geleden, ter wille van de tijdgeest, nog konden behagen, op artistiek niveau in het geheel niets is gevorderd. Sterker, Paul is zodanig versleten, althans dat draagt hij zelf uit, dat de verkalking niet meer om aan te zien is. De visagiste weet niet meer hoe dit nog te repareren is.

 

Hield hij het nu nog maar uitsluitend bij zijn typetje van Ds. Gremdaat ("...ik kwam laatst een man tegen..."), zoals hij ons gisteren daaraan gelukkig nog deed herinneren, omdat deze persiflage op vroegere tv-dominees, die je nu ook al niet meer ziet, ooit een leuke parodie daarop vormde, dan was het nog enigszins te verdragen. Maar nee, Haenen laat de onsmakelijke travestiet Dolman zelfs voorwenden iets van betekenis te doen door bijvoorbeeld een politicus op te zoeken.

 

Slachtoffer was D’66-voorman Alexander Pechtold, met zijn onnozele drie kamerzeteltjes altijd goed voor iets dat aan vermeerdering daarvan kan bijdragen –en gelijk heeft ie-, en hij mocht vertellen op welke kunstzinnige manier de D-66-er thuis houtjes hakt voor de open haard.

 

Want een politicus doet zoiets niet zomaar, immers Margreet Dolman was op zoek naar kunst, nee…Pechtold hakt aanmaakhout door vervolgens in elk door de bijl gespleten stokje een politieke tegenstander te zien. En als die dennentak  ’s avonds in de haard als eerste brandt zegt hij tegen zijn vrouw: “…zo, die brandt lekker…”, of zoiets.

NPS-kunst dus, dat wij dat goed begrijpen.

 

Dat de D’66-leider in het miserabele showtje van Margreet Dolman daarmee twee jaar te vroeg piekt ervaren wij vreugdevol als komische bijkomstigheid.

 

Dát is de wereld van Margreet Dolman…van Paul Haenen en de geknepen geforceerde falcetstem, die een gezonde travestiet helemaal niet nodig heeft, want het orgaan doet nog meer pijn aan de oren dan vroeger al het geval was.

Pauls partner Dammie van Geest staat ook op de aftiteling, daar hebben wij geen enkel bezwaar tegen, in tegendeel…wij zijn gek op pappa- en mammawinkels, maar op grond van welke bijdrage? Het wassen van Margreets kleding?

 

Ondergetekende zegt het niet graag, dat dingen van vroeger niet meer kunnen, maar dit is zo’n uitzondering.

Ook Paul Haenen moet zich ermee verzoenen dat creatieve uitbundigheid die ooit smakelijk in het oog liep bij onverandering in tijd als wansmaak kan worden ervaren.

Tel je zilverlingen en houd ermee op. Met Margreet Dolman dan.

 

Want wie moet zich nu eigenlijk schamen, wij, hij of zij. Dat is toch geen kunst.

 

 

 

 De Tv-recensent

 

 


 

 

 

 

 

Zondag 8 februari 2009

 

 

 

BOOS = BOOS

 

 

Boos. Heel boos. Stak ik vorige week nog de loftrompet over het nieuwe seizoen van Una Voce Particolare en voorspelde een weergaloos seizoen, brak gisteravond dat stelletje sukkelige juryleden alles af dat alle programmamakers, inclusief Ernst Daniël Smid, maandenlang, en vooral hier tijdens de eerste uitvoering, zo zorgvuldig hadden opgebouwd.

 

Allereerst zichzelf. Het meest waardevolle jurylid Marco Bakker, had ter aanmoediging van de nieuwe reeks, vorige week al 0 seconden (lees NUL) mogen spreken. Wij herhalen: 0 seconden het woord mogen voeren. Gisteravond werd Bakker in een programma van ca. een uur maar liefst 2 x 27 seconden spreektijd gegund om te onderbouwen waarom één van de vier zingende kandidaten meer dan voldoende talent had om door te mogen naar de finale. Vervolgens werd die zanger met lege handen naar huis gestuurd.

 

En zelfs dat nieuws moest hij overlaten aan de alles overheersende Annet Andriessen naast hem.

 

Dan Hans van Willigenburg, onze nationale musicalkenner en liefhebber. Hij mocht zelfs deze allerbeste kandidaat van de avond, de 39 jarige tenor Kris Struyven uit Tienen (België) de grond inboren omdat deze tenor te ingetogen zong.

Van Willigenburg: “… je zingt lalalalala maar je kijkt niet grimmig genoeg – dat moet iets grimmiger…”.

 

Zagen en hoorden we eindelijk eens op de televisie een wereldtopper het operagenre meer dan professioneel vertegenwoordigen (Bakker: “…je kunt hem zo inzetten in elk Duits operatheater hoor – het is zo’n geweldige stem – die is heel goed geschoold – de uitspraak is geweldig…”) door niet breed met zijn armen zwaaiend of theatraal stervend ter aarde te sneuvelen, krijgt hij op zijn falie omdat 'I Pagliacci'  te weinig musical was.

 

Een kandidaat met een van god gegeven stem waarop werkelijk helemaal niets negatiefs viel aan te merken.

 

Integendeel, de tenor had vandaag juichend door zijn gemeente Tienen moeten worden binnengehaald vanwege dit fenomenale televisiedebuut dat ons deed denken aan de ontdekking van Paul Potts in Engeland met zijn Nessum Dorma, maar dan nu een Kris Struyven nog briljanter hier met de aria 'Vesti la giubba' uit 'I Pagliacci' (Ruggiero Leoncavallo).

 

Maar dat gebeurde niet want de jury had ook een voorzitster, die trouwens meer naar achteren zat dan van voren, laten we zeggen- in meervoudig opzicht niet op de gewenste punt van de stoel had plaats genomen - dus: Annet Andriessen (mezzo sopraan).

 

En nu mag ze nog zo ervaren, beroemd en voornaam zijn, momenteel als Directeur Internationaal Vocalisten Concours ’s-Hertogenbosch, daarmee voldoet zij niet automatisch aan de wetten van een televisiezangconcours.

Wat ons betreft hoort ze op basis van deze eerste voorstelling meer thuis in de jurygroep van Korenslag, waar men fysiek nóg meer achterover mag leunen dan hier. Boos dus.

 

 

Want niet het 39-jarige zangwonder Kris Struyven won de pot, maar de 16-jarige scholiere Wendy Krikken. Het was beslist niet slecht, haar vertolking van 'Mein liebster Freund hat mich verlassen' uit 'Bastien und Bastienne' (Wolfgang Amadeus Mozart), verre van dat, maar Annet Andriessen had een heel ander oogmerk met dit festival, zo bleek uit haar juryrapport waardoor de lieftallige Wendy naar de finale mocht en niet Kris.

 

Want waarom won de nog verder te scholen sopraan in wording?

De juryvoorzitster letterlijk:

“…We willen een signaal geven voor jonge mensen met belangstelling voor klassieke vocale muziek..de prijs gaat naar Wendy…”.

Dus niet omdat ze de beste was, maar omdat mevrouw Andriessen de behoefte had iets te signaleren.

 

Laat ze dat nou doen bij dat vocalistenconcours in Den-Bosch waar ze de baas speelt maar niet hier. Al vele jaren lang worden wij op de buis weggetreiterd omdat er maar één norm in acht wordt genomen: het moet vooral jong zijn.

 

De 39-jarige behanger-schilder Kris Struyven met een stem van wereldformaat is in dit milieu al te oud. De dictatuur van de leeftijdsdominantie heeft dus nu ook al bezit genomen van Una Voce Particulare.

Een schande. Heel boos dus.

 

Aan het begin van het programma had La Driessen nog gezegd:

“…Je moet hier de lat wat lager leggen, je moet wat meer clementie hebben. Je mag een klein oogje dichtknijpen…”. Ze ging ver in de praktijk. Ook haar oren hadden zich goeddeels gesloten.

 

Struyven was in de voorbereiding bovendien al op het verleerde been gezet toen hij onder supervisie van de dramacoach Willem Nijholt zijn aria vanachter een keukentafeltje moest oefenen en hij daargezeten het advies kreeg om ter wille van de expressionele uitstraling langzaam vanachter het tafeltje op te staan om zo al zingend meer indruk te maken op de jury.

 

Echter, tijdens het belangrijke optreden van de tenor was er natuurlijk in geen velden of wegen een tafeltje te zien, dus waarom de begenadigde kandidaat dan met deze onzin werd belast is een raadsel.

 

Nijholt had de zanger tijdens de training letterlijk nog voorgehouden:

“…Als je de zaal helemaal in verwarring wil brengen sta je langzaam van achter je tafeltje op etc. etc – je moet het in deze tijd niet meer doen zoals Caruso of Mario Lanza!!!!...”.

 

Terwijl de kijkers dus vervolgens een in de kiem aanwezige Caruso of Lanza hoorden wist Nijholt dat nagenoeg te smoren tot zodanige verwarring dat Van Willigenburg er een lalalalala in hoorde dat onvoldoende grimmig was.

 

Deze zotteklap dus, door twee mensen gebracht die van hun lang zal ze leven nooit een opera-aria zelf hebben kunnen voortbrengen en ooit nog tot zoiets in staat zullen zijn. Lalalala.

 

Intussen zijn alle zeven uitzendingen al opgenomen, gelet op het kortemouwtjes- publiek, al vorig jaar zomer, zodat alles al vast staat inclusief de finale en de einduitslag waardoor er aan de opzet van dit geheel niets meer valt te veranderen.

We hebben nu dus een jury die het voornamelijk voor de jongeren doet, en niet voor de 39-plusser. Had dan de gemiddelde leeftijd van deze rechtspraak ook niet wat lager mogen uitvallen?

 

 

De dramacoach Nijholt tijdens zijn instructies -zoals ’t moet-

 

Wij kijkers willen niet dat er signalen over onze hoofden worden afgegeven als we met een andere insteek zijn verleid tot kijken, hetgeen we overigens buitengewoon graag doen omdat er sowieso al veel te weinig valt te smullen van zeer talentrijke amateurs in de klassieke genres.

 

Wij willen dat degene wint die ons het meest heeft ontroerd, waarvan we in de huiskamer recht overeind gingen staan vanwege ons enthousiasme, waarbij spontaan de tranen vrij kwamen omdat er iets zeldzaam schoons te beluisteren viel.

Nóg bozer dus, omdat zo’n tuthola daaraan voorbijgaat en ook een beetje omdat Marco Bakker, die dit natuurlijk weet, zich dit dominante geweld laat welgevallen.

 

En wat betreurenswaardig dat er dit jaar geen wildcard wordt vergeven aan de nummer twee van de avond zodat deze zich later in een semifinale alsnog kan plaatsen voor de eindronde. En nu denken wij zomaar dat ook daarover rechtschapen is nagedacht, want iemand van 39 jaar nu kan tijdens een finale uiteraard niet terugkeren als 38 jarige of zoveel jonger als noodzakelijk is om er een leeftijddiscriminerend signaal mee het land in te kunnen sturen.  Lalalala.

 

En Van Willigenburg? Waarom bemoeit hij zich als belangenbehartiger en kenner van een muziek-categorie, de musical, die hiermee niet te vergelijken valt, met de wereld van opera en operette. En dat laatste is een probleem dat door de NCRV in een volgend seizoen maar eens moet worden opgelost. Wij menen sowieso: weg met die musicals uit Una Voce Particolare. Wij kunnen zo langzamerhand vanwege de overmaat daaraan geen musical mee horen op de televisie. Weg ermee.

 

Waar we minder boos over werden was het advies dat Ernst Daniël Smid na de juryrechtspraak aan ons gaf. Nadat het operawonder Struyven had laten weten eigenlijk een ander beroep te hebben, “…ik ben normaal gezien behanger en schilder in een school…”, anticipeerde Smid terecht aan ons adres: “…Heeft u nog klusjes thuis?...”, en verder, “…hoe is deze stem zo goed gebleven door al die verf …”.

 

Wij willen de eigenlijke winnaar, die wij dus niet in de finale zullen terugzien, graag bij ons thuis uitnodigen om alle muren te behangen en de plafonds te witten tegen het vierdubbele tarief dat hij normaal rekent. Dit, onder de voorwaarde dat hij zijn plaksel en verf achterlaat in België maar gewoon achter die behangerstafel doet wat hem gisteravond door Nijholt werd afgeraden, in de buurt komen van Caruso en Mario Lanza.

 

  

 

Het is alleen jammer dat we daarbij dat geweldige orkest van Jan Stulen dan moeten missen, en al helemaal de voortreffelijke regie van gisteravond met dat veelzeggende repeterende en o zo goed doordachte camerashot waarin Ernst Daniel Smid in de schaduw van de coulissen de kandidaten als het ware weggezonken souffleert wat bij een tv-optreden niet meer te souffleren valt, dan wel de aria schaduwrijk meezingt omdat hij het op dit niveau niet laten kan.

 

Waardoor de ernstigste boosheid voor de omgeving toch nog een beetje kon worden onderdrukt of in elk geval beheersbaar werd.

 

Behalve op deze plaats.

Zó boos dus.

 

 De Tv-recensent

 

 


 

 

 

 

Donderdag 6 februari 2009

 

 

DE SURINAAMSE FOTO

 

Wij noemden 2009 het “Jaar van het Tv-detail” omdat er in onwaarschijnlijk kleine hoekjes, onderwerpen en te filmen gebeurtenissen van het televisievak zoveel fraais of slechts valt te beleven dat beoogde effecten verloren blijken te gaan of juist tot schitterende onbedoelde resultaten kunnen leiden.

Dus, binnen dat kader was de reportage van Pauline Broekema gisteravond een misser.

 

Het NOS-journaal was uitgenodigd om in het museum dat de foto in bruikleen had gekregen als eerste de oudste foto uit Suriname (1846) te komen beloeren.

Dat ging niet goed. Als we de ouverture van de nieuwslezer meerekende duurde het bijna een volle minuut voordat we iets van de foto te zien kregen, terwijl de presentator een dergelijk onderwerp natuurlijk behoort te openen met de prent zelf in beeld, en de zin:

“….Dit is de oudste foto uit de Surinaamse geschiedenis….het plaatje werd vandaag….”, enzovoort.

Of: “…Dames en heren de foto die u nu in beeld ziet, is echt heel bijzonder, het is de oudste foto uit de Surinaamse geschiedenis. Vandaag werd deze plaat, afkomstig van……”.

Allemaal journalistieker en spannender dan het getut waar het nu op uitdraaide.

 

 

Want Pauline vond het intelligenter eerst de handschoenen te vertonen van de persoon die de tot dan onzichtbare foto mocht vasthouden en een saai gesprek te beginnen met de museum-mevrouw die erop mag gaan passen.

 

Wij zagen de plaat overigens in de gehele reportage niet eenmaal beeldvullend, slechts een ogenblik bijna, maar vooral kleine details zoals de handen van de slavin die door een planter was vrijgekocht, rustend op een buik waarin zich volgens Pauline in 1846 een ongeboren vrucht bevond.

 

 

Reuze interessant dus, en daarom volgde een lang verhaal over het uit dat gefotografeerde zwangere lichaamsdeel geboren kindje, dat zelf ooit opa was geworden zo zagen wij op een andere plaat meer uit onze tijd, en vervolgens een reeks aan beelden over diens verdere leven. Plotseling handelde Pauline’s geschiedenisles over de fotografie over grootvaders duikboot, vakbonden, de Herengracht en wat al niet meer in plaats van de bijzondere techniek of omstandigheid uit te leggen waarbinnen het mogelijk was al in 1846 in Paramaribo überhaupt te kunnen fotograferen.

 

We kregen louter te horen dat de foto te zien was op een gepolijste zilveren plaat, en dat wij hem over drie maanden kunnen gaan bekijken in het Rijksmuseum.

 

Het had natuurlijk ook een andere reportage kunnen worden van onze Pauline. Bijvoorbeeld een waarbij zij eerst haar cameraman een kopstoot had dienen te geven omdat hij een groot deel zonder statief draaide, waardoor die lui uit 1846 meebewogen met zijn trillende schouder.

 

Vervolgens had zij met prachtige illustraties in kunnen gaan op de technieken uit die tijd waarmee het leven fotografisch toen al kon worden vastgelegd.

 

Of wat te denken, ter wille van het kwalitatieve contrast, van een vertoning van de oudste foto ter wereld (links) die gedateerd is als een product uit 1825 en waarop een schilderij is te zien van een man die een paard vooruit zeult. De fotograaf heet: Nicéphore Niépce.

 

Dit alles juist om die bijzondere veel interessantere prent uit Suriname extra reliëf te geven omdat het daarop gefotografeerde mensen betreft.

 

Overigens, De Bibliothèque Nationale de France kocht de lelijke foto van het schilderij in 2002 voor maar liefst  450.000 euro omdat men er een nationale schat in zag.

 

En dan is er in die korte reportage best nog wel ruimte voor een zinnetje en een plaatje van de absoluut aller-aller-oudste prent die ooit gevonden is: de simpele foto van een blad. De fotograaf Thomas Wedgwood uit Bristol, Engeland, leefde van 1771 to 1805 dus de datering moet in die periode worden geplaatst.

En van daaruit, als journaalreporter, dan weer de interessante vraag opwerpen of je met de techniek die hij gebruikte eigenlijk wel mag spreken van een echte foto…zodat de betekenis van de Surinaamse afbeelding nóg voller doordringt in de hersenpan van ons als kijker.

 

Kortom, in plaats van een serie verminkte inzooms op een toch wel zeer historische waardevolle illustratie uit Suriname, en een ongelooflijk lang zeurverhaal over de nazaten van het gefotografeerde paar, kan een NOS-journaal-reportage ook informatief de betekenis van dit gegeven plaatsen in de geschiedenis van de mondiale fotografie. En in het bijzonder in de kunst en technieken van het ambacht uit de vroegste fotojaren om tot vastlegging van een beweging tot stilbeeld te komen.

 

Dan horen we in het journaal ook nog eens wat lolligs uit Suriname! Dat er slavernij heerste is redelijk bekend, maar hoe en vooral met welke middelen was het in 1846 in die troep mogelijk op een zondagmiddag een leuk fotootje van pappa en mamma op het balkon te maken.

 

Het hoeft niet. Maar het kan…als je oog hebt voor het relevante detail.

 

 

 

 

 De Tv-recensent

 

 


 

Geachte TV-recensent,

 

Ik ben het helemaal eens met uw opmerkingen met betrekking tot de reportage over de oude Surinaamse foto. Helaas is deze reportage kenmerkend voor vele andere items die betrekking hebben op kunst: het kunstwerk vliegt in een fractie van een seconde voorbij, en de 'talking heads' krijgen alle ruimte, soms zelfs met afstotelijke close-ups van pratende monden. Meestal gaat het zo (zoals ik uit eigen ervaring weet) dat de cameraman eerst een lang shot maakt van het pratende hoofd, en daarna nog even een paar close-upjes maakt van het besproken werk. In de studio wordt.e.e.a. dan wel door elkaar gemonteerd. Ook daar geeft men over het algemeen voorrang aan het hoofd - en in het door u besproken geval zelfs aan de handen die het voorwerp vasthouden - onzichtbaar!

 

Ooit zag ik tijdens zo'n opname de kunstenaar, die voortdurend de camera op zich gericht zag terwijl hij vurig over zijn werk praatte en daarop van alles aanwees, de camera grijpen en hem een slinger in de richting van zijn werk geven, terwijl hij de cameraman toebeet: "'dáár moet je zijn, man!" Ik applaudisseerde in mijn huiskamer.

 

Gelukkig heb ik een tv waarvan ik het beeld (haarscherp) kan bevriezen. Als ik in de vooraankondiging hoor dat een kunstwerk besproken zal worden houd ik de afstandsbediening in de aanslag om, zodra het werk voor het eerst (en meestal voor het laatst, want al gauw begint het inzoomen) beeldvullend verschijnt, het beeld te bevriezen. Het hoofd praat ondertussen gewoon door - en ik bekijk de reportage zoals hij zou moeten zijn, en soms zelfs houd ik het werk langer in beeld dan het hele item duurt - om er nog even van te genieten.

 

Ik hoop dat uw recensie door producenten en vooral cameralieden wordt gelezen. Het is mij een al jaren durende ergernis. Er kan verweer komen met beroep op het Beeldrecht: als het werk van een ontwerper of kunstenaar lang in beeld is kan betaling worden gevraagd. Maar ik vermoed dat het onbenullige opnemen en monteren niet daarop gebaseerd is: het is meestal puur desinteresse, die schril afsteekt tegen de wijze waarop bijvoorbeeld voetbal in beeld wordt gebracht: úrenlang, elk doelpunt herhaald, in slow-motion, telelens etc.

 

R. van der Schans

 

 


 

 

Geachte TV-recensent,
 
U bent nog vrij mild in uw oordeel over de reportage(s) van Pauline Broekema voor het NOS-journaal.
De items van mevrouw Broekema zijn allemaal hetzelfde. Vaak zijn de items van dit NOS-fossiel volstrekt overbodig. Het maakt niet uit of het gaat over een begrafenis of de uitreiking van een decoratie - de stem van mevrouw Broekema verandert nooit want mevrouw hanteert steevast dezelfde intonatie - dodelijk irritant.

 

Haar intonatie is daarbij altijd die van 'ik ben zooooo gewichtig en zoooo belangrijk'.  Veelal zijn de interviews van mevrouw Broekma even ongeïnteresseerd als mevrouw zelf.

 

Een prima voorbeeld daarvan was het item over de 'Surinaamse foto' waarbij de 'deskundige' van het museum helemaal ongeïnteresseerd en 'not to the point' haar verhaal deed. In het journaal van 20.00 uur was deze 'deskundige' alvast ingekort.

 

Ik had zo graag  geïnformeerd willen worden over fotografie rond 1846 in het algemeen en in het bijzonder in Suriname. Maar ja, het was helaas een itempje dat werd toevertrouwd aan mevrouw Broekema, met alle gevolgen van dien.

 

Wat sneu voor die foto, Suriname en de geschiedenis van de fotografie.

Vriendelijke groet,
Ab
Anders

 

 


 

 

 

Woensdag 4 februari 2009

 

 

 

DE AUTOCUE

 

“Wat kan ze hockeyen hè, die meid”.

Inderdaad, dat kon ze. Bovendien is het een leuke meid, laten we zeggen: representatief.

En ze verstond nog veel meer kunstjes, zoals tennissen, acteren in commercials, zingen…enfin allemaal bezigheden die jaloezie oproepen bij hen die minder getalenteerd zijn. En dat zijn er veel.

 

Soms wel een afgevulde zaal, zoals bij de Televizierring 2008. En nu stopt de wereld- en olympisch kampioene met hockey. Definitief. Fatima Moreira de Melo.

 

Tijd voor een afscheidsgesprekje gisteravond in De Wereld Draait Door, en om ook nog even te reageren op de zaalgevulde schaterlach bij de Televizierring toen Chantal Janzen de muzikale bijdrage van Fatima afrondde met:

“Wat kan ze hockeyen he, die meid”.

 

Wat een pret, en wat hebben wij toen massaal gelachen. Ik weet niet waarom, maar deze chagrijn behoorde die avond tot het kleine groepje van kijkers dat de grap minder leuk vond omdat zijn intuïtie zomaar vanuit het niets tot die gereserveerdheid opriep. Hij wist dus niet waarom. Sinds gisteravond wel.

 

Matthijs van Nieuwkerk en Hugo Borst vroegen namens ons wat Fatima er destijds zelf van vond.

 

Dat ze goed kon hockeyen, daar kon ze het helemaal mee eens zijn, stelde Fatima (1-1 dus), maar zij vulde ook nog aan:

“…Het enige jammerlijke was dat Chantal Janzen het van de autocue voorlas…” (3-1, want de grap van Janszen was dus helemaal niet spontaan geinig in een eerlijke reactie op Fatima’s zangkwaliteiten geproduceerd en bovendien bediende Matthijs zich op dit uitgelezen moment zelf ook van de autocue).

 

Het zou nog 4-1 worden voor Fatima Moreira de Melo want bovendien werd bekend dat de grap helemaal niet door Chantal Janzen was bedacht, maar door Paul de Leeuw.

 

Niks adrem, niet zelf verzonnen…Chantal Janzen had zich gewoon hoerig onderworpen aan door andere bedachte nare televisiegebruiken van dit moment die erop gericht zijn collega’s met voorbedachten rade af te zeiken in een programma waar dat niet nodig is, en waar geen verdediging kan plaatsvinden.

 

Dus van humor was geen sprake, het was een vileine streek om Fatima belachelijk te maken. Nu hebben wij daar geen principieel bezwaar tegen, als er, zolang het geen herkenbare satire- of cabaret-programma’s zijn, altijd maar ruimte is voor weerwoord, verdediging of lik-op-stuk. En daar biedt een autocue geen ruimte voor.

 

Gebruik en misbruik van de autocue is een permanent thema in televisieland. De autocue (teleprompter) is een venster dat voor de camera, en door aansturing van iemand van buitenaf, digitale teksten produceert die de presentator voorleest zonder dat die teksten gezien kunnen worden door de kijker thuis. Het lijkt er dus op of alle gesproken woord door de presentator ter plekke wordt bedacht, terwijl de dienstdoende man of vrouw van het gezond niet behoeft af te weten.

 

Het is een fantastische vinding die een enorme besparing aan productietijd oplevert omdat er minder tekstuele vergissingen worden begaan, maar ook en vooral om erg ingewikkelde programma’s met veel tussenstarts van andere onderdelen vlekkeloos te laten verlopen omdat de autocue tegelijk een weerslag is van de volgorde van gebeurtenissen in het draaiboek van de uitzending.

 

Dat laatste is van belang omdat daarmee zowel op de vloer als in de regiekamer elders bekend is op welke steekwoorden schakelingen nodig zijn. Er zouden nog veel meer voordelen en toepassingen van te noemen zijn.

 

Nu zijn er coryfeeën in televisieland die verschrikkelijk afgeven op het gebruik van de autocue. Tv-helden als Mies Bouwman of Mart Smeets laten niet na te melden hoe afschuwelijk zij dit apparaat vinden, vooral om daarmee te benadrukken hoe begenadigd zij zelf zijn om al improviserend zich door een uitzending heen te werken zonder te worden aangestuurd door tevoren bedachte teksten.

 

De kritiek is onoprecht en onjuist. Als Smeets vier volle uren naar eigen inzicht een Tour de France-middag of ijsavond mag vollullen is dat natuurlijk iets volstrekt anders dan een NOS-journaal van achttien minuten foutloos tot een goed einde brengen, want daarbij is elke seconde van groot belang, maar ook elk woord.

Juist programmamakers als Smeets zouden dan ook op een belachelijke manier falen als zij zonder autocue een dergelijk programma op basis van eigen gezwets zouden dienen te presenteren. En dat doen ze dus ook niet, omdat ze beter weten.

 

 

Derhalve, de autocue is een wondermiddel maar tegelijk een onding want bij gebruik van de teleprompter kan elke spontaniteit in een programma afwezig blijven of zelfs, zoals vaak is te zien, tot hilarische momenten leiden als de techniek de presentator in de steek laat.

 

Maar waar een autocue zeker niet voor gebruikt mag worden is hetgeen Fatima Moreira de Melo bij die Televisierring-uitzending overkwam door voorgelezen te worden afgezeken door types als Chantal Janzen. Een tekst die al een dag eerder door iemand anders was bedacht nog voor er door Fatima een noot was gezongen; voorbedachte rade dus.

 

 

Goed dat Fatima met die onthulling kwam. Van Janzen geloven wij vanaf heden dus geen woord meer.

 

Wat kan die slecht hockeyen trouwens.

En ongeloofwaardig presenteren.

 

 

 De Tv-recensent

 

 

 


 

 

 

Beste TV-Recencent,

 

Wat me langzamerhand steeds meer begint te irriteren is het gegeven dat het er op gaat lijken dat TV programma's worden gemaakt om andere TV programma's en de medewerkers af te kraken.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn van programma's. Programma's dienen m.i. de kijker te amuseren en/of te informeren. Het idee lijkt post te vatten dat een programma beter wordt hoe meer een ander programma daarin wordt neergesabeld.

Een ergerlijke ontwikkeling.

  

Met vriendelijke groet,

 

Henk Marinussen

 

 

Beste Henk,

 

Mee eens!

 

Hartelijke groet,

 

Tv-recensent