Donderdag 6 februari 2009

 

 

DE SURINAAMSE FOTO

 

Wij noemden 2009 het “Jaar van het Tv-detail” omdat er in onwaarschijnlijk kleine hoekjes, onderwerpen en te filmen gebeurtenissen van het televisievak zoveel fraais of slechts valt te beleven dat beoogde effecten verloren blijken te gaan of juist tot schitterende onbedoelde resultaten kunnen leiden.

Dus, binnen dat kader was de reportage van Pauline Broekema gisteravond een misser.

 

Het NOS-journaal was uitgenodigd om in het museum dat de foto in bruikleen had gekregen als eerste de oudste foto uit Suriname (1846) te komen beloeren.

Dat ging niet goed. Als we de ouverture van de nieuwslezer meerekende duurde het bijna een volle minuut voordat we iets van de foto te zien kregen, terwijl de presentator een dergelijk onderwerp natuurlijk behoort te openen met de prent zelf in beeld, en de zin:

“….Dit is de oudste foto uit de Surinaamse geschiedenis….het plaatje werd vandaag….”, enzovoort.

Of: “…Dames en heren de foto die u nu in beeld ziet, is echt heel bijzonder, het is de oudste foto uit de Surinaamse geschiedenis. Vandaag werd deze plaat, afkomstig van……”.

Allemaal journalistieker en spannender dan het getut waar het nu op uitdraaide.

 

 

Want Pauline vond het intelligenter eerst de handschoenen te vertonen van de persoon die de tot dan onzichtbare foto mocht vasthouden en een saai gesprek te beginnen met de museum-mevrouw die erop mag gaan passen.

 

Wij zagen de plaat overigens in de gehele reportage niet eenmaal beeldvullend, slechts een ogenblik bijna, maar vooral kleine details zoals de handen van de slavin die door een planter was vrijgekocht, rustend op een buik waarin zich volgens Pauline in 1846 een ongeboren vrucht bevond.

 

 

Reuze interessant dus, en daarom volgde een lang verhaal over het uit dat gefotografeerde zwangere lichaamsdeel geboren kindje, dat zelf ooit opa was geworden zo zagen wij op een andere plaat meer uit onze tijd, en vervolgens een reeks aan beelden over diens verdere leven. Plotseling handelde Pauline’s geschiedenisles over de fotografie over grootvaders duikboot, vakbonden, de Herengracht en wat al niet meer in plaats van de bijzondere techniek of omstandigheid uit te leggen waarbinnen het mogelijk was al in 1846 in Paramaribo überhaupt te kunnen fotograferen.

 

We kregen louter te horen dat de foto te zien was op een gepolijste zilveren plaat, en dat wij hem over drie maanden kunnen gaan bekijken in het Rijksmuseum.

 

Het had natuurlijk ook een andere reportage kunnen worden van onze Pauline. Bijvoorbeeld een waarbij zij eerst haar cameraman een kopstoot had dienen te geven omdat hij een groot deel zonder statief draaide, waardoor die lui uit 1846 meebewogen met zijn trillende schouder.

 

Vervolgens had zij met prachtige illustraties in kunnen gaan op de technieken uit die tijd waarmee het leven fotografisch toen al kon worden vastgelegd.

 

Of wat te denken, ter wille van het kwalitatieve contrast, van een vertoning van de oudste foto ter wereld (links) die gedateerd is als een product uit 1825 en waarop een schilderij is te zien van een man die een paard vooruit zeult. De fotograaf heet: Nicéphore Niépce.

 

Dit alles juist om die bijzondere veel interessantere prent uit Suriname extra reliëf te geven omdat het daarop gefotografeerde mensen betreft.

 

Overigens, De Bibliothèque Nationale de France kocht de lelijke foto van het schilderij in 2002 voor maar liefst  450.000 euro omdat men er een nationale schat in zag.

 

En dan is er in die korte reportage best nog wel ruimte voor een zinnetje en een plaatje van de absoluut aller-aller-oudste prent die ooit gevonden is: de simpele foto van een blad. De fotograaf Thomas Wedgwood uit Bristol, Engeland, leefde van 1771 to 1805 dus de datering moet in die periode worden geplaatst.

En van daaruit, als journaalreporter, dan weer de interessante vraag opwerpen of je met de techniek die hij gebruikte eigenlijk wel mag spreken van een echte foto…zodat de betekenis van de Surinaamse afbeelding nóg voller doordringt in de hersenpan van ons als kijker.

 

Kortom, in plaats van een serie verminkte inzooms op een toch wel zeer historische waardevolle illustratie uit Suriname, en een ongelooflijk lang zeurverhaal over de nazaten van het gefotografeerde paar, kan een NOS-journaal-reportage ook informatief de betekenis van dit gegeven plaatsen in de geschiedenis van de mondiale fotografie. En in het bijzonder in de kunst en technieken van het ambacht uit de vroegste fotojaren om tot vastlegging van een beweging tot stilbeeld te komen.

 

Dan horen we in het journaal ook nog eens wat lolligs uit Suriname! Dat er slavernij heerste is redelijk bekend, maar hoe en vooral met welke middelen was het in 1846 in die troep mogelijk op een zondagmiddag een leuk fotootje van pappa en mamma op het balkon te maken.

 

Het hoeft niet. Maar het kan…als je oog hebt voor het relevante detail.

 

 

 

 

 De Tv-recensent

 

 


 

Geachte TV-recensent,

 

Ik ben het helemaal eens met uw opmerkingen met betrekking tot de reportage over de oude Surinaamse foto. Helaas is deze reportage kenmerkend voor vele andere items die betrekking hebben op kunst: het kunstwerk vliegt in een fractie van een seconde voorbij, en de 'talking heads' krijgen alle ruimte, soms zelfs met afstotelijke close-ups van pratende monden. Meestal gaat het zo (zoals ik uit eigen ervaring weet) dat de cameraman eerst een lang shot maakt van het pratende hoofd, en daarna nog even een paar close-upjes maakt van het besproken werk. In de studio wordt.e.e.a. dan wel door elkaar gemonteerd. Ook daar geeft men over het algemeen voorrang aan het hoofd - en in het door u besproken geval zelfs aan de handen die het voorwerp vasthouden - onzichtbaar!

 

Ooit zag ik tijdens zo'n opname de kunstenaar, die voortdurend de camera op zich gericht zag terwijl hij vurig over zijn werk praatte en daarop van alles aanwees, de camera grijpen en hem een slinger in de richting van zijn werk geven, terwijl hij de cameraman toebeet: "'dáár moet je zijn, man!" Ik applaudisseerde in mijn huiskamer.

 

Gelukkig heb ik een tv waarvan ik het beeld (haarscherp) kan bevriezen. Als ik in de vooraankondiging hoor dat een kunstwerk besproken zal worden houd ik de afstandsbediening in de aanslag om, zodra het werk voor het eerst (en meestal voor het laatst, want al gauw begint het inzoomen) beeldvullend verschijnt, het beeld te bevriezen. Het hoofd praat ondertussen gewoon door - en ik bekijk de reportage zoals hij zou moeten zijn, en soms zelfs houd ik het werk langer in beeld dan het hele item duurt - om er nog even van te genieten.

 

Ik hoop dat uw recensie door producenten en vooral cameralieden wordt gelezen. Het is mij een al jaren durende ergernis. Er kan verweer komen met beroep op het Beeldrecht: als het werk van een ontwerper of kunstenaar lang in beeld is kan betaling worden gevraagd. Maar ik vermoed dat het onbenullige opnemen en monteren niet daarop gebaseerd is: het is meestal puur desinteresse, die schril afsteekt tegen de wijze waarop bijvoorbeeld voetbal in beeld wordt gebracht: úrenlang, elk doelpunt herhaald, in slow-motion, telelens etc.

 

R. van der Schans

 

 

 


 

 

 

Woensdag 4 februari 2009

 

 

 

DE AUTOCUE

 

“Wat kan ze hockeyen hè, die meid”.

Inderdaad, dat kon ze. Bovendien is het een leuke meid, laten we zeggen: representatief.

En ze verstond nog veel meer kunstjes, zoals tennissen, acteren in commercials, zingen…enfin allemaal bezigheden die jaloezie oproepen bij hen die minder getalenteerd zijn. En dat zijn er veel.

 

Soms wel een afgevulde zaal, zoals bij de Televizierring 2008. En nu stopt de wereld- en olympisch kampioene met hockey. Definitief. Fatima Moreira de Melo.

 

Tijd voor een afscheidsgesprekje gisteravond in De Wereld Draait Door, en om ook nog even te reageren op de zaalgevulde schaterlach bij de Televizierring toen Chantal Janzen de muzikale bijdrage van Fatima afrondde met:

“Wat kan ze hockeyen he, die meid”.

 

Wat een pret, en wat hebben wij toen massaal gelachen. Ik weet niet waarom, maar deze chagrijn behoorde die avond tot het kleine groepje van kijkers dat de grap minder leuk vond omdat zijn intuïtie zomaar vanuit het niets tot die gereserveerdheid opriep. Hij wist dus niet waarom. Sinds gisteravond wel.

 

Matthijs van Nieuwkerk en Hugo Borst vroegen namens ons wat Fatima er destijds zelf van vond.

 

Dat ze goed kon hockeyen, daar kon ze het helemaal mee eens zijn, stelde Fatima (1-1 dus), maar zij vulde ook nog aan:

“…Het enige jammerlijke was dat Chantal Janzen het van de autocue voorlas…” (3-1, want de grap van Janszen was dus helemaal niet spontaan geinig in een eerlijke reactie op Fatima’s zangkwaliteiten geproduceerd en bovendien bediende Matthijs zich op dit uitgelezen moment zelf ook van de autocue).

 

Het zou nog 4-1 worden voor Fatima Moreira de Melo want bovendien werd bekend dat de grap helemaal niet door Chantal Janzen was bedacht, maar door Paul de Leeuw.

 

Niks adrem, niet zelf verzonnen…Chantal Janzen had zich gewoon hoerig onderworpen aan door andere bedachte nare televisiegebruiken van dit moment die erop gericht zijn collega’s met voorbedachten rade af te zeiken in een programma waar dat niet nodig is, en waar geen verdediging kan plaatsvinden.

 

Dus van humor was geen sprake, het was een vileine streek om Fatima belachelijk te maken. Nu hebben wij daar geen principieel bezwaar tegen, als er, zolang het geen herkenbare satire- of cabaret-programma’s zijn, altijd maar ruimte is voor weerwoord, verdediging of lik-op-stuk. En daar biedt een autocue geen ruimte voor.

 

Gebruik en misbruik van de autocue is een permanent thema in televisieland. De autocue (teleprompter) is een venster dat voor de camera, en door aansturing van iemand van buitenaf, digitale teksten produceert die de presentator voorleest zonder dat die teksten gezien kunnen worden door de kijker thuis. Het lijkt er dus op of alle gesproken woord door de presentator ter plekke wordt bedacht, terwijl de dienstdoende man of vrouw van het gezond niet behoeft af te weten.

 

Het is een fantastische vinding die een enorme besparing aan productietijd oplevert omdat er minder tekstuele vergissingen worden begaan, maar ook en vooral om erg ingewikkelde programma’s met veel tussenstarts van andere onderdelen vlekkeloos te laten verlopen omdat de autocue tegelijk een weerslag is van de volgorde van gebeurtenissen in het draaiboek van de uitzending.

 

Dat laatste is van belang omdat daarmee zowel op de vloer als in de regiekamer elders bekend is op welke steekwoorden schakelingen nodig zijn. Er zouden nog veel meer voordelen en toepassingen van te noemen zijn.

 

Nu zijn er coryfeeën in televisieland die verschrikkelijk afgeven op het gebruik van de autocue. Tv-helden als Mies Bouwman of Mart Smeets laten niet na te melden hoe afschuwelijk zij dit apparaat vinden, vooral om daarmee te benadrukken hoe begenadigd zij zelf zijn om al improviserend zich door een uitzending heen te werken zonder te worden aangestuurd door tevoren bedachte teksten.

 

De kritiek is onoprecht en onjuist. Als Smeets vier volle uren naar eigen inzicht een Tour de France-middag of ijsavond mag vollullen is dat natuurlijk iets volstrekt anders dan een NOS-journaal van achttien minuten foutloos tot een goed einde brengen, want daarbij is elke seconde van groot belang, maar ook elk woord.

Juist programmamakers als Smeets zouden dan ook op een belachelijke manier falen als zij zonder autocue een dergelijk programma op basis van eigen gezwets zouden dienen te presenteren. En dat doen ze dus ook niet, omdat ze beter weten.

 

 

Derhalve, de autocue is een wondermiddel maar tegelijk een onding want bij gebruik van de teleprompter kan elke spontaniteit in een programma afwezig blijven of zelfs, zoals vaak is te zien, tot hilarische momenten leiden als de techniek de presentator in de steek laat.

 

Maar waar een autocue zeker niet voor gebruikt mag worden is hetgeen Fatima Moreira de Melo bij die Televisierring-uitzending overkwam door voorgelezen te worden afgezeken door types als Chantal Janzen. Een tekst die al een dag eerder door iemand anders was bedacht nog voor er door Fatima een noot was gezongen; voorbedachte rade dus.

 

 

Goed dat Fatima met die onthulling kwam. Van Janzen geloven wij vanaf heden dus geen woord meer.

 

Wat kan die slecht hockeyen trouwens.

En ongeloofwaardig presenteren.

 

 

 De Tv-recensent

 

 

 


 

 

 

Beste TV-Recencent,

 

Wat me langzamerhand steeds meer begint te irriteren is het gegeven dat het er op gaat lijken dat TV programma's worden gemaakt om andere TV programma's en de medewerkers af te kraken.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn van programma's. Programma's dienen m.i. de kijker te amuseren en/of te informeren. Het idee lijkt post te vatten dat een programma beter wordt hoe meer een ander programma daarin wordt neergesabeld.

Een ergerlijke ontwikkeling.

  

Met vriendelijke groet,

 

Henk Marinussen

 

 

Beste Henk,

 

Mee eens!

 

Hartelijke groet,

 

Tv-recensent

 

 


 

 

 

 

Dinsdag 3 februari 2009

 

 

 

HART VAN ALLOCHTONIË

 

Nu moet men bij zo’n eerste aflevering van het nieuwe NPS-journaal “Dichtbij Nederland” (Ned. 1 – 17.30 uur – 17.50 uur) erg bescheiden zijn met oordelen of waarderen, want het kan echt nog alle kanten uit. Maar één ding is zeker, en daarom kan men spreken van een sterk debuut, het is voor de allochtoon bedoeld. De Nederlandse Turk, Marokkaan, Surinamer, Antilliaan, of waarvandaan hij dat kleurtje dan ook heeft meegebracht, heeft er een eigen programmaatje bij.

 

Tien weken gaat de proef duren (een “pilot” heet dat).

En die termijn heeft men dan ook wel nodig als de eerste uitzending ingetogen wordt beschouwd.

 

Presentatrices Simone Weimans en Carrie ten Napel ogen als de nieuwslezeressen van SBS, niets zelf doen doch alleen maar voorlezen wat anderen voor journalistieks achter de rug hebben, maar doen het volgen van de autocue best vakkundig, want dat is de norm voor dat beroep.

 

Zo zagen wij als eerste thema Pino en trawanten afscheid nemen van de kijkertjes door voor de klok van vijf uur te gaan staan, het moment waarop men weer eens is verhuisd naar een ander tijdstip en een ander net. Consistentie is nu eenmaal niet de sterkste eigenschap van de zenderbazen in Hilversum.

 

Maar hoe maak je een officieel journaal voor allochtonen met uitsluitend berichten over hun roots. Zó moet het: wij werden op de hoogte gesteld van het laatste nieuws uit Suriname, en verwachten dus de actuele schermutselingen in het proces Boutserse die er momenteel gaande zijn.

 

Maar wat bracht Dichtbij Nederland? Een uitgebreid verslag van een burger in Paramaribo met het verschrikkelijke leed dat hij geen water kreeg geleverd voor zijn zwembad dat hij zelf had gebouwd.

 

Heel veel geklaag daarover, maar typisch Surinaams…eerst een zwembad aanleggen, daarna er pas achterkomen dat je niet op de leidingen bent aangesloten, en dan de overheid de schuld geven. Gelukkig zenden we dat grove onrecht uit Zuid-Amerika nu uit hier bij ons.

 

En dan het verrassende item dat het gisteren zeven jaar geleden was dat Maxima (allochtoon van oorsprong) in het huwelijk trad met de kroonprins. We zagen de tranen weer, maar vooral: wat vinden andere allochtonen daar nu van. Nieuws dus.

 

Of een Amsterdamse groep jongeren met kleurtjes uit alle windstreken die nu eens geen stenen naar autobussen wierpen maar zich fors inzetten voor maatschappij en (nieuwe) vaderland: zij repareerden rolstoelen, en waren daar zeer uitbundig over.

 

Soufjan el Haddochoui en Axel Dongen spraken met blijdschap over deze activiteit; jammer was wel dat niet helemaal uit de verf kwam of je er ook een belegde boterham mee kan verdienen. En of tante Gerrie zich in een dergelijke rolstoel verplaatste werd niet gezegd, maar ze kwam op haar karretje flink op voor of tegen de migratie in de Rivierenwijk waar ze niet buiten kan.

 

Uiteraard nog eens beelden van het songfestival, ofschoon…die vormden weliswaar in het geheel geen nieuws meer, een etmaal na het muzikale geraas, maar het liedje “Shine”, gaat naar het buitenland en met wie moet het daar de strijd aanbinden? Dát was des poedels kern. Juist met buitenlanders, dus hoort het ook thuis in Dichtbij Nederland, want zover ligt Moskou nu ook weer niet.

 

En het echte nieuws over de zingende leugenaars was Dichtbij Nederland ontgaan. De Toppers hadden “Shine” helemaal niet live gezongen. Wat wij een avond eerder te horen hadden gekregen kwam van een bandje. Tja, zo gaat dat in Autochtonië.

 

Het meest identiteitsvolle onderwerp voor de nieuwe rubriek was wel het pak slaag dat autobuschauffeur Peter Graafmans had gekregen. Dat zat immers overal al in het nieuws.

Maar hoe maak je er een allochtonenonderwerp van.

Was Graafmans misschien door Marokanen of Turken op zijn gezicht getimmerd? Dat liet de chauffeur in het midden.

 

Dus wat werd het item bij de verse rubriek: een gesprek met een gekleurde buschauffeur met de naam Fikret (links), van allochtone afkomst.

Was hij ook geweldsslachtoffer?

Nee, juist niet. Fikret vertelde achter het stuur dat hij niet geslagen was. Man bijt hond dus, want zo rijden er vandaag nog enkele tienduizenden chauffeurs rond. Mensen die dus géén slachtoffer werden van geweld, en allochtonen nog wel. Helemaal nieuw en nieuws dus voor “Dichtbij Nederland”, oftewel Hart van Allochtonië.

 

En dan: nóg een nieuwe nieuwsrubriek gisterenavond. Voorgelezen door een chauffeur, want dat was zijn laatste beroep: tramconducteur in Den Haag (HTM), zoals hij eerder trots aan de media had laten weten. Klasse…sinds ik dat hoorde kan die man bij mij niet meer stuk.

Edvard Niessing dus, de presentator die het in ‘t  tv-beroep eigenlijk nooit serieus heeft kunnen maken en nu al zwervend bij MAX terecht is gekomen.

 

Het was verschrikkelijk, niet wat Niessing deed want hij is gewoon een aardige vent die nu iets deed dat heel erg leek op wat hij altijd al had gedaan, behalve de tram besturen dan, maar wat had MAX bedacht?

Eén dagelijks eigen nieuwsuitzending samenstellen om enkele minuten voor zes op Nederland 2 omdat de voorzitter van MAX, Jan Slagter, boos is dat om 18.00 uur het NOS-jounaal begint op Nederland 1 vanwege het feit dat zijn kijkers van Ned. 2 dan daarheen wegvluchten. Het is me toch wat.

 

“Dus dan maken we vlak voor zessen een eigen MAX-journaal zodat de kijkers geen reden hebben over te schakelen”, was de redenering. Want het NOS-journaal op Nederland 1 verboden te krijgen viel zelfs buiten zijn invloedsperiferie.

 

Nu heeft MAX aan programma-ideeën en mensen al bijna alles gestolen, gekopieerd en overgenomen wat door de rest van Hilversum is bedacht en afgeschoten, maar zo hoogmoedig hadden wij de geachte voorzitter nog nooit zien optreden. MAX dat de concurrentie aangaat met het NOS-journaal. Veel tumult dus in Hilversum, maar nu het resultaat.

 

Een tafel met een man erachter die aan onderwerpjes het meest knullige voorleest wat er gedurende een dergelijke uitzenddag elders terecht over de rand viel. Ook hier: het huwelijk van het prinselijk paar van zeven jaar terug, het feit dat De Toppers een etmaal daarvoor als enige deelnemende kandidaten het Nationale Songfestival hadden gewonnen, grote ontwikkelingen rond Balkenende waarvoor je juist om 18.00 uur snel naar het echte journaal moest overschakelen om er meer van aan de weet te komen, en de weersvoorspelling dat het gisteravond buiten bewolkt was.

 

En ook ex-DJ Niessing had toch moeten weten en melden dat De Toppers de kluit hadden belazerd door “Shine” niet live te zingen maar dat er voor hen (en ons sufferds van kijkers) gewoon een bandje was ingestart. Maar omdat eigen nieuws niet aan de orde is, doch ook hier alles is gebaseerd op jatwerk, bleef er zeer weinig over van het prutsrubriekje

 

Bovendien waren er heel weinig tot geen beelden bij, behalve dan dat van de emeritus tramconducteur. Een ziekenomroep heeft hiermee vergeleken de allure van CNN.

Het bizarre is nu dat een MAX-kijker die geïnteresseerd is in nieuws juist op dat moment, tijdens of na dit rubriekje, in elk geval is hij erdoor nieuwsgierig geworden, nu onmiddellijk wil overschakelen naar het echte journaal, en dat in de toekomst ook zal doen. Dus het effect dat Slagter nastreefde, behoud van de kijker, werkt ook nog eens averechts. De kijker verdwijnt juist.

 

We hebben het hier dus over het persoonlijke programmatische gedachtegoed van de omroepvoorzitter die in december MAX-groetjes ging brengen naar onze militairen in het oosten en daar aangekomen op een vliegveld dacht dat hij persoonlijk beschoten werd door de vijand “de kogels vlogen om de oren” en onmiddellijk De Telegraaf belde.

Daags daarna liet Buitenlandse Zaken weten dat er van oorlog of schietpartijen rond het lijf van Slagter helemaal geen sprake was, maar dat het ging om wat afgestoken vuurwerk in de buurt, ter gelegenheid van de oudejaarsviering aldaar. Die Jan Slagter dus.

 

En nog altijd gaat zijn omroep door met het sturen van mails aan personen die in zijn ledenadministratie zijn opgenomen maar helemaal geen lid zijn, lid willen worden of blijven van deze omroep. Ook ondergetekende ontvangt met aversie al jarenlang de oproep of hij zijn contributie eens wil betalen, terwijl ik helemaal geen lid ben en ondanks de persoonlijke en schriftelijke bevestiging van Slagter dat hij mij nu definitief uit de administratie zou verwijderen.

 

Nu laat het mij volkomen onverschillig of ik administratief rondcirculeer bij MAX, ware het niet dat ik daardoor tegen mijn wil in een administratie voorkom die, als het commissariaat straks de leden gaat tellen vanwege het feit dat dit steekproefsgewijs gebeurt mij als wanbetaler over het hoofd kan zien en ik dus meetel als lid. En om hoeveel van deze gevallen gaat het nog meer?

 

Daarmee kan ondergetekende zomaar van doorslaggevende betekenis worden voor het behalen van meer zendtijd, terwijl ik juist minder wil.

En dit, omdat MAX mij “willens en wetens” nu al sinds jaar en dag blijft weigeren uit het ledensysteem te verwijderen.

 

En nu ik bovendien gisteravond als “niet-betalend lid” die erbarmelijke nieuwe wanvertoning heb moeten meebeleven, ben ik er zomaar beducht voor ergens de verdenking op mij te laden hiermee te hebben ingestemd.

 

Hoewel, nu ik er over nadenk…ja, dit nieuwe journaal hoort toch wel echt bij MAX thuis.

Nog even nadenken: ja, vooral handhaven maar.

 

Alleen de naam nog: Na “Hart van Allochtonië” bij de NPS, hier bij MAX “Hart van de Geriatrie”.

 

 

 

 De Tv-recensent

 

 

 


 

 

 

Maandag 2 februari 2009

 

 

ZINVOL OMDAT HET ZO ZINLOOS IS

 

Om het even of er gisteravond werd afgestemd op het zogenaamde amusement “De Toppers”, of de serieuze informatie van “Zembla”, de vragende conclusie moet luiden: “…verandert er dan helemaal nooit iets…”. Met “Shine”, verpakt in drie clownspakken, zendt Nederland opnieuw een onwaarschijnlijke zooi kolereherrie naar het Eurovisiesongfestival, waar het trouwens op 14 mei a.s. thuishoort.

 

In de halve finale dan; verder niet.

In helemaal niets onderscheiden wij ons van het lawaai dat zich er gaat verzamelen, en waarvan de gehele natie vorig jaar, en de jaren daarvoor, met elkaar had afgesproken “…nooit meer…”. Maar in songfestivalland heelt de tijd zelfs stinkende wonden, en voor jury’s en zwakbegaafde sms-ers, die er nog geld voor over hebben ook, is deze triefel de norm geworden.

 

Gelukkig zetten de aan beide kanten van hun koppen hierdoor beschadigde geluidstechnici al hun talenten in om in het reusachtige lawaai woorden of teksten zoveel mogelijk onverstaanbaar te houden (hoewel de mixverhoudingen minder erg scheef waren dan in andere jaren) zodat wij gelukkig niet weten waar al dat geraas en kabaal over ging.

 

“Een zaal domme blondjes”, dat zijn niet mijn woorden maar van presentator Jack van Gelder zelf, die vanaf diverse voetbaltribunes akoestisch wel wat gewend is, kon er daarentegen van harte mee instemmen en wij thuis met 48% (overigens werd weer nagelaten uit te leggen 48% van wat en hoeveel 48% in stemmen omgerekend eigenlijk is).

 

Maar “Shine” gaat naar Moskou, en we houden nu van Gerard Joling. Het lied was namelijk mede geschreven door ene Ger van de Westelaken, maar dat blijkt nu een pseudoniem van Gordon zelf te zijn.

 

Ook in dit opzicht uit de toon dus. Helemaal songfestival.

 

En dan te weten dat die miljoenen kijkers allemaal zijn belazerd, want “Shine” werd helemaal niet live gezongen, het werd in de ether gebracht door “een bandje”.

 

Het grote probleem met een overigens fantastische uizending van “Zembla” daartussendoor (Ned. 2 – 21.45 uur), is dat we het eigenlijk allemaal allang weten.

 

Toen men in november aandacht besteedde aan de “gijzeling van Almelo” uitgevoerd door een ondernemer die door de gemeente tot wanhoop was gedreven, waren er ontstellend veel reacties binnengekomen van conflicten rond Nederlanders die door hun gemeenten echt gek werden gemaakt.

En zo luidde de titel van Zembla gisteravond dan ook “Gek door de gemeente”.

 

Zembla schilderde het dramatische verhaal van drie ondernemers die nagenoeg hetzelfde was overkomen; Jan Willems – handelaar in stenen,  garagehouder Bert Henken en Arie Swanenveld, eigenaar van een houtzagerij. Eigenlijk doet het er helemaal niet toe door welke gemeenten zij met hun gezinnen tot op het bot failliet werden getreiterd, het komt op zeer veel plaatsen voor, en ook niet wat de conflicten precies behelsden.

 

 

 

Het ging om machtsmisbruik, ongebreidelde gemeenteterreur tegen gewone burgers voor wie zij juist op hadden moeten komen. Het zieken, treiteren, pesten, kwellen en jennen van inwoners die zij het licht niet in de ogen gunnen omdat….ja waarom eigenlijk. Elke burger kent dit soort gedrag, maar vermijdt de confrontatie meestal omdat men al weet uiteindelijk het loodje te zullen leggen. Dan maar geen dakkapelletje omdat de welstandscommissie het niet fraai vindt.

 

Ondernemers kunnen dat vaak niet, omdat zij grote verantwoordelijkheden (en grotere belangen) hebben en soms ook nog middelen om het een poosje vol te houden in een juridische strijd tegen onwillende en tegenwerkende wethoudertjes en burgemeesters. Althans, dat denken zij aanvankelijk nog. Maar ook zij trekken uiteindelijk aan het kortste eind. Zinloze gevechten dus.

 

Zembla maakte het proces van bestuurlijk onfatsoen inzichtelijk en gaf ook de mate van onbehoorlijkheid aan, met de klassieke uitleg van de bestuurshoogleraar:

 

“…Als de overheid je eerst de macht ontneemt van het eigen rechter spelen, dan die macht zichzelf toe-eigent om die vervolgens te gaan misbruiken dan mis je vervolgens zelf de mogelijkheden van verweer…”.

 

Dus er is tegen dit soort overheidsterreur nauwelijks verweer omdat uiteindelijk bovendien de rechters als sluitstuk van jarenlange procedures veelal partij kiezen vóór de gemeenten en tegen de burger.

 

Maar er is wel een voordeel verbonden aan het uitzenden van dit soort kwaad zoals Zembla deed, een thema waarop natuurlijk al een halve eeuw lang duizenden radio- en televisie-uitzendingen eerder waren gebaseerd. Maar juist in deze tijd komt het sluitstuk van rechters die menen het onrecht te moeten sanctioneren meer bovendrijven dan ooit hiervoor.

En meer en meer realiseren burgers zich dat er helemaal niet zoveel reden is rechters blind te vertrouwen, of het nu strafzaken of civiele kwesties betreft.

 

En dat is een nieuwe trend die alleen maar positief is te noemen. Meer televisieprogramma’s graag over dit soort zaken die zo zinvol zijn omdat de zinloosheid van al die gevechten voor de burger zo evident is.

 

Dankzij de media-aandacht hiervoor kan worden gehoopt op nieuwe structuren om die minkukelende wethoudertjes anderszins aan te pakken dan waarmee de burger momenteel tevergeefs uitwegen zoekt, zoals niets doen of zinloos eerst netjes de procedures in acht nemen. De Internet-site van Zembla laat veel spontane reacties zien van de afschuwelijke voorbeelden van machtsmisbruik waartegen men te hoop loopt.

 

En als nu, vanwege de absolute uitzichtloosheid, wanhoop en verslagenheid bij de gewone burger, steeds vaker blijkt dat de zinloosheid van een strijd tegen lokale overheden manifest is, en vaker leidt tot geweld omdat door machtswellustelingen de emoties tot onbeheersbare proporties werden opgejaagd, is frequente media-aandacht ervan bitter noodzakelijk.

Naam en toenaam, daar gaat het om, ook wat die rechters betreft.

 

Want dat nieuwe geweldsverschijnsel, omdat er geen andere oplossingen meer zijn, en daardoor zelfs tot sympathie -in elk geval veel begrip ervoor- leidt bij de bevolking, verdient veel aandacht.

 

Goed dat er televisie is, zoals Zembla dat deed gisteravond.

Zinvol omdat het zo zinloos is.

 

 

 De Tv-recensent

 

 

 


 

 

 

Zondag 1 februari 2009

 

 

 

10e JAAR “UNA VOCE” – INTERESSANTER DAN OOIT

 

 

Met de vernieuwde terugkeer van Una Voce Particolare gaan honderdduizenden kijkers weer een aantal heerlijke zaterdagavonden tegemoet. Dat werd gisteravond (20.15 – 21.15 uur) tijdens een promotionele avond van dit programma wel bewezen. Uiteraard heeft de NCRV  ’s lands beste presentator van dit moment, Ernst Daniël Smid, wederom voor het project ingezet, en bovendien de formule zodanig interessanter gemaakt dat wij de komende zeven zaterdagavonden bewezen zullen zien dat sommige programma’s niet meer om een eigen gastheer van dit formaat heen kunnen.

 

De in vele opzichten getalenteerde Smid heeft voor deze reeks zelf de 24 opera-, operette- en musicalkandidaten van de komende weken geselecteerd, en werd daarbij geholpen door zang- en theaterdeskundigen als Willem Nijholt, Maarten Koningsberger en Paul Triepels. En dit betekent op voorhand al dat wij straks tijdens de vertoning van alle voorrondes beslist geen kneuzen in beeld krijgen, maar de betere tot de allerbeste amateurs van ons land in deze genres.

 

Om kijkers er lekker warm voor te maken, heeft de NCRV het niet gelaten bij enkele seconden durende promo’s van het nieuwe Una Voice Particolare, maar gaf men zichzelf de opdracht: maak een promo in de vorm van een complete inleidende uitzending zodat niet alleen de trouwe kijkers weten waar het ook alweer over ging, maar ook een nieuwe lichting nieuwsgierigen en liefhebbers van de meer klassieke kant van de zangkunst.

 

Het resultaat was er naar, want Smid bezocht tegelijk een aantal kandidaten uit de voorafgaande negen seizoenen en dat was wederom smullen.

 

We zagen terug de verleidelijke sopraan Angelique Noldus die zelfs Placido Domingo achter haar rokken aan kreeg, en Ernst Daniël speelde dit gegeven buitengewoon spannend en charmant uit, maar ook zangers als Ger Savelkoul en Dave ten Kate.

 

En laat bij deze laatste Smid nu min of meer in gebreke blijven door de vraag achterwege te laten of hij zijn ballen nog heeft.

Immers, heel wat jonge zangers verloren in voorbije eeuwen met verschrikkelijke operaties, waardoor zij voor het leven verminkt werden, dit deel van hun mannelijkheid ter wille van de edele zangkunst in de hoogste registers.

 

Aan de andere kant, juist omdat dit thema werd overgeslagen gaan we maar uit van een complete Ten Kate. Bij Gerard Joling hebben we tenslotte ook nooit getwijfeld.

 

Gelukkig wordt het fantastische L’Orchestra Particolare o.l.v. dirigent Jan Stulen gehandhaafd, maar zien wij een andere jury terug, te weten Annet Andriesen, Marco Bakker en Hans van Willigenburg, en vooral een prominente terugkeer van Bakker verheugt ons zeer.

 

Soms benam de voorstelling van gisteravond ons nu al de adem. Vanzelfsprekend in positieve zin vanwege het enorme productionele werk dat er zichtbaar aan vooraf was gegaan, de uitgekiende balans tussen het verleden en wat er nu aan wordt toegevoegd, maar ook waren er de griezelige momenten die aanvankelijk tot verbijstering leidde.

 

Als wij de sopraan Wendy Kokkelkoren in een fragment het Nessum Dorma horen zingen, dat uiteraard voor een tenor is geschreven en door Pavarotti onsterfelijk is gemaakt, dan mag dat natuurlijk nooit voor de beroemde finale met het driedubbele Vincero worden afgebroken.

Dat gebeurde wel en deed ons huiveren van ellende. Maar zie en hoor, ons afgrijzen werd enkele minuten later geheel omgezet in adorerend genot en waardering toen wij functioneel het magistrale slotstuk alsnog door de sopraan kregen aangeboden.

 

Verrassend op het verkeerde been gezet, en dat belooft dus veel goeds.

 

Evenwel, een ernstig minpunt van dit eerste programma was het totale gebrek aan naamtitels en andere verklarende titels naar solisten, zangstukken, componisten en andere betrokkenen.

Daardoor bleven de in een bijzin uitgesproken namen, van alle passanten, vanwege een knieval aan het anderzijds aantrekkelijke hoge tempo, steken in een informatief vacuüm.

 

Kom op jongens en meisjes van producent René Stokvis: jullie weten beter.

 

Gelukkig kan dit allemaal nog worden gerepareerd, zelfs bij al opgenomen programma’s, zodat wij helemaal verzekerd zijn van nog zeven zaterdagavonden absolute toptelevisie waarop we met name in de genres opera en operette (de toevoeging van de categorie “musical” vinden wij nog steeds enigszins wringen, ook al omdat het in overdaad op zoveel andere plaatsen al aan bod komt) veel te lang hebben moeten wachten.

 

En het wordt nu toch echt tijd dat de veel-kunner Ernst Daniël Smid met een serieuze televisieprijs wordt onderscheiden.

 

 

 De Tv-recensent

 

 

 


 

 

 

 

Zaterdag 31 januari 2009

 

 

 

ZWAGERMAN ALS LEIDSMAN

 

 

Tussen de gein van de herhaling van bloopers door, is er inhoudelijk eigenlijk maar één echt op dreef in de vrijdagavondafleveringen van De Wereld Draait Door, en dat is Joost Zwagerman. Gaf hij vorige week al dat voortreffelijke referaat over de speelruimte die er in ons land moet zijn voor de vrijheid van meningsuiting, gisteravond volgde deel 2, ofschoon hij ervoor flink op de huid werd gezeten door tafelgenoot Raoul Heertje.

 

Zwagerman werd ditmaal geïnspireerd door de burgemeester van New York die, tijdens een bezoek van zijn Amsterdamse ambtgenoot Cohen, een spreekgestoelte had beklommen en daarvandaan meedeelde:

 

“…Je moet op Speaker’s Corner in Londen of het equivalent daarvan, hier bij het stadhuis of in Amsterdam, de meest weerzinwekkende opinies kunnen uitdragen. Die opinies bevallen mij en u niet maar als wij degenen die ze uitdragen het recht daartoe ontnemen, ontnemen we ons zelf het recht om dingen te zeggen die volgens ons wel juist zijn…”.

 

Heertje vond het maar gewauwel omdat deze boodschap van een handige tekstschrijver afkomstig zou zijn. Dat bleek overigens uit helemaal niets, en daarmee bereikte hij dat zijn aandeel in de discussie niet serieus te nemen viel, en ons zelfs deed besluiten zijn eigen programma op Ned. 3 later op de avond maar over te slaan.

 

Vurig betoogde Zwagerman dat het natuurlijk helemaal niet uitmaakt van wie de tekst afkomstig is, maar dat New York’s belangrijkste man zich op deze wijze met de Nederlandse opwinding bezighoudt is veelbetekenend.

 

“…In twee zinnen zegt hij waar wij weken over doen, om dat helder voor ons te krijgen. Hij geeft ons Nederlanders een basisles democratie…”, aldus Zwagerman.

En even verderop: “…Het extreme van de uitlatingen van Wilders gaan wij beantwoorden met het extreme van een gang naar het gerechtshof en dan is het einde zoek…”.

 

Want dat was de insteek voor het tafeltumult. Nadat eerder het Amsterdamse hof had besloten tot een strafrechtelijke procedure tegen Geert Wilders, had advocaat Spong nog eens wat zout in diens wonden gestrooid door voor de televisie te verklaren dat:

“…als Wilders niet inbindt Wilders uiteindelijk in de gevangenis zal belanden en dat is maar goed ook…”.

 

En daarop volgden er bedreigingen aan het adres van de jurist en nu wil en krijgt Spong staatsbeveiliging. En zo kunnen wij burgers, net zoals de burger Spong, straks allemaal wel beveiliging aanvragen en krijgen als we voor onze woorden iets van een bedreiging aan voelen komen.

 

Maar als al die hotemetoten nu eens hun grote waffel dicht houden over het feit dat ze bedreigd worden, politici en opiniërende BN-ers zijn in de geschiedenis altijd al bedreigd, dan houden die gevaren al voor een groot deel vanzelf op.

Maar nu lijkt het erop alsof sommigen er prat op gaan dat ook zij in het rijtje van beschermde personen zijn opgenomen; zonder persoonsbeveilging van de staat minder status, zoiets?

 

En zo horen we dat ook advocaat Els Lucas uit Lelystad inmiddels is bedreigd en onderzocht wil zien hoe serieus de haat e-mails aan haar adres moeten worden opgevat om voor beveiliging in aanmerking te komen. Dus ondergetekende wil ook dolgraag vanaf nu permanente door de overheid betaalde en georganiseerde persoonsbeveiliging omdat hij wel eens op basis van een tv-recensie een e-mail ontvangt die enigszins afwijkt van zijn eigen mening. Alsof dat niet verschrikkelijk haatdragend en dus bedreigend is.

 

      

 

En dus, zoals Zwagerman terecht opmerkte, “…in een enorm tempo keert de zaak zich nu om tegen Spong zelf…”.

Zo zagen wij later op de avond bij Pauw & Witteman een beveiligde advocaat Spong terug zoals wij hem nog nooit, zo zacht omfloerst, voorzichtig en met een nadenken voor elk woord dat hij uitsprak, in een tv-studio hadden gezien terwijl hij toch echt, omdat hij geen politicus is, in deze situatie daar een poosje beter kan wegblijven om zijn gewone werk te doen.

 

In deze bizarre vertoning ontwikkelt Joost Zwagerman zich de laatste tijd als een baken voor heldere analyses over de vrijheid van meningsuiting in ons land, en gelukkig beschikt de schrijver ook verbaal dusdanig over de gave van het woord dat voor hem overheidsbescherming hoogstwaarschijnlijk achterwege kan blijven.

 

Hoogstwaarschijnlijk, want de degelijk onderbouwde strekking van zijn redenatie is nu juist dat door de justitiële actie tegen Geert Wilders straks niemand meer veilig is om het woord naar eigen inzicht te voeren.

En al helemaal niet op de televisie. Daarom moet Joost toch flink oppassen.

 

En juist publieke figuren als de opiniërende komiek Raoul Heertje dienen dit signaal dus met de inzet van wat meer verstand te begrijpen.

 

 

 

 De Tv-recensent